Post Tagged ‘Bloc Party’

h1

Playlist v/d maand: augustus.

1 september, 2009

Een complilatie van nummers die me de voorbije maand op de een of andere bezig gehouden of gegrepen hebben…

DE LIJST

NEUKSCHIJF V/D MAAND!!!

Sommigen zullen me verwijten dat ik een pophoer ben. En daar is wel iets van aan: ik ben gevoelig voor catchy popnummers; popnummers die ‘kloppen’. Zo staat de nieuwe van Mika, We Are Golden, in de lijst, wederom knal erop. Na de sterkste eerste cd vreesde ik of hij met iets sterks op de proppen zou kunnen komen, maar hij is er dus wederom in geslaagd. En bij deze heeft hij ook zijn definitieve coming out gemaakt, lijkt me. Waarom ook niet? Justin Timberlake staat ook in de lijst. Sinds jaar een van m’n favoriete popartiesten. Losing My Way staat op z’n laatste plaat (weliswaar reeds 3 jaar oud) en is een sterkhouder naar het mindere einde van het album toe. Trage beat, Justins mooie stem en ‘a choir that kicks in’, over een ongeluk in het leven, een teneergeslagen, verbitterde man in een negatieve spiraal en z’n verlangen naar hoe alles vroeger was. Lady Gaga, wie anders, staat ook in de lijst. Respect voor dat wijf. Ze schrijft zelf nummers, ze durft eens iets anders aantrekken (hoe fout het soms ook is), ze voelt zich niet te beroerd om op te treden op Werchter en blijkbaar kan ze ook echt goed zingen, zoals blijkt uit de pianoversie van Paparazzi, live opgenomen. No Air tenslotte is een melige, maar meeschreeuwbare tranentrekker van Justin Sparks en Chris Brown; over verloren liefde; over een brandend, onbestemd verlangen na de break-up.

Rock van eigen bodem is er met When She Comes Down van dEUS, tevens het openingsnummer op Vantage Point. Jarenlang heb ik dEUS nogal onderschat, maar de laatste tijd heb ik veel respect voor ze gekregen, na het beluisteren van enkele platen en vooral na hen enkele keren live gezien te hebben. Barman heeft ‘het’, en muzikaal is dEUS uitdagend, origineel en, sorry Koen Buyse, sterker dan Zornik. Even uitdagend, althans ten opzichte van de politie en rechterlijke instanties, is Pete Doherty met z’n band Babyshambles. Misschien niet even goed als The Libs, maar met Killamangiro (what’s in a name?) schreef hij toch weer een catchy Brit classic. Hedendaagse rockmuziek vinden we nog in Bloc Party en Arctic Monkeys. Beiden razendpopulair de laatste jaren, en terecht. 505 was niet eens een single maar is, net als A Certain Romance op hun eerste plaat, een prachtig slotnummer, waarbij ik moest huilen toen ik na Pukkelpop verloren rondliep in de mij compleet onbekende straten van Hasselt. Vision of Heaven van Bloc Party is zelfs een b-side en staat op het door een fan samengestelde Another Weekend in the City. Een prachtige collectie nummers, die ik zelfs beter vind dan Initmacy. Ik vind A Weekend in the City dan ook hun beste plaat tot dusver. Placebo, sinds lange tijd een van m’n favoriete bands, staat ook in de lijst, met een pianoversie van Teenage Angst, een single dat op hun eerste album staat. In hun Brixton Academy optreden in 1998 brengen ze het nummer zonder gitaren. Drums, piano en Brian die gemeend het nummer brengt, en nog nooit zo ontroerend was. “Since I was born I started to decay. Now nothing ever, ever goes my way.” zingt Brian, en je kan zijn pijn haast voelen.

Verder staan er vier wat oudere, legendarische bands in de lijst. Het gesplitte (of hoe zit dat nu?) Oasis , met hun magnum epos, Champagne Supernova. U2 met Mothers of the Disappeared, slotstuk op het prachtige The Joshua Tree, over moeders van kinderen verloren in oorlogstijden. De versie in deze lijst is er een waarbij Bono tijdens een optredens moeders, met foto’s van hun vergeten kinderen, aan het woord laat. Depeche Mode staat ook in de lijst met The Things You Said, gezongen door Martin Gore. Wederom een brok pure emotie, over verraad en ontgoocheling. Bij gebrek aan het origineel de 2009-versie Ten vierde mocht ook The Smiths niet ontbreken. De gewezen band van levende legende Morrissey maakte vier uitstekende platen. Death of a Disco Dancer staat op hun laatste en gaat, denken velen, over homofobie, onverdraagzaamheid en de ware aard van de mens. Pessimistisch, dat wel, maar wat had je gedacht?

IAMX is het eerste buitenbeentje in de lijst en zonder twijfel het minst bekend. Het is het soloproject van Chris Corner, bekend van Sneaker Pimps. Think of England vind ik z’n beste nummer. Last.fm omschrijft IAMX als een “blend of dramatic synth-rock, darkness-infused pop, and intricately-constructed indie dance”. Try it out!

Tenslotte is er Belgiës sterkste, ontroerendste en misschien ook wel beroemdste artiest ooit: Jacques Brel. Hij werd veel nagedaan maar nooit geëvenaard. Il neige sur Liège is een krachtige ballad en een ode aan Luik. Of tenminste, aan de melancholie die de stad uitstraalt. “Qu’on ne sait plus s’il neige, s’il neige sur Liège… Ou si c’est Liège qui neige vers le ciel…”

Voor ‘de neukschijf van de maand’ gaat 009 soundsystem met de eer lopen. Dreamscape is een heerlijk trancenummer die perfect zou samengaan met hevige liefkozerij in elke hoek van de slaapkamer. Erectieproblemen? Flauwe seks? Leg de schijf op, volume 30, en alles loopt direct lekker los.

h1

Bloc Party – Intimacy

6 november, 2008

Bloc Party - Intimacy

Bloc Party is héél snel héél groot geworden. Toen ik als zestienjarige knaap op Werchter in de Marquee stond, met mijn broek vol modder en mijn haar vol frietvet, was de band voor mij al meer dan de ‘grijze massa’ die er sinds lange tijd bestaat in Groot-Brittanië. Ze rijden weliswaar allen gewillig mee op de golven der herwaarding van de post-punkbeweging en dan vooral onder invloed van een band als The Strokes of The Libertines , die een invloedrijke, frisse maar verdomd krachtige wind over het Britse eiland lieten waaien, en Bloc Party was een van die weinige bands die echt het verschil kon maken, zo bleek. Hoe kon je ook niet van hen houden? Helicopter en Banquet waren nummers die je maag overhoop gooiden, This Modern Love en So Here We Are raakten je, al was het door de tekst, als een storm van zachtheid, in het oog van een orkaan genaamd Silent Alarm, en het magistrale Pioneers maakte het album op zich essentieel voor elke rockziel in 2005. Doe daar wat sterke live concerten bij en de adoratiefactor van zanger Kele en Bloc Party werd groot voor ze het echt goed beseften.

De tijden zijn echter veranderd: de band is zich bewust van hun status en is intussen bezig met zichzelf te herontdekken, met hun fans een andere kant te laten zien. In tegenstelling tot het verleden proberen meer en meer bands zichzelf te vernieuwen, te experimenteren, al was het maar om het allemaal wat interessant te houden. Want welke band wil tegenwoordig 30 jaar exact dezelfde muziek maken. Het enige waarvoor ik vreesde, net als vele anderen, is de nieuwe richting die Bloc Party zou uitstippelen. ‘Flux’ was een voorbode voor wat komen zou en velen vreesden een kitscherig electrorockexperiment dat kwalitatief Silent Alarm nooit kon evenaren. Een paar maanden later was het zover: Intimacy.

Terwijl Flux nog een aangename single was en de gitaren naar het einde van het nummer als een pijl door mijn hart schoten en me zin deden kregen in een moderne post-rockplaat, zo was het bij Mercuy, de single die Intimacy voorafging, helemaal anders. Het klonk nog minder als de Bloc Party die we kenden en hoewel ik dat had verwacht, kon het nummer nooit groeien. Het klonk als een hutsepot van ideeën dat resulteerde in een irritante single die me weinig tot niets deed. Als ik high ben zou ik me er misschien rot op amuseren, maar op zich klonk de single niet al te best.

De plaat is in de pers vaak vergeleken met de waanzinnige ommezwaai getiteld Kid A door Radiohead, maar zo ver gaat Bloc Party écht niet, net als Coldplay vroeger dit jaar trouwens. De band behoudt zijn fundamenten maar giet eerder een elektronische saus over z’n gepeperd vlees dat een band als Goose wel zou kunnen smaken. Dat kan je gemakkelijk staven met nummers als ‘Halo’ en ‘One Month Off’: beiden zijn rocksongs die de populaire singles van Silent Alarm of een nummers als Hunting for Witches achterna gaan, hetzij met iets minder verve. De hoekige gitaarriffs zijn er nog steeds, ze worden gewoon wat anders uitgewerkt, klinken rauw en sommigen zouden zelfs zeggen ‘ondergeproducet’ of onafgewerkt. Je kan je de vraag stellen of de band niet te snel met een nieuw album is komen opdraven en ze niet beter gebroed hadden op andere nummers, maar zoals reeds gezegd: ze wilden het fris houden, en als bands als The Smiths en The Beatles het kunnen moet ons dat ook lukken, zullen ze gedacht hebben.

Het grootste probleem, voor mij persoonlijk, is het tekort aan sfeer na ‘A Weekend in the City’, dat sinds de release quasi de cultstatus bereikt heeft. Minder geliefd dan Silent Alarm, maar met overschot het meest pakkende, sfeervolle en bijna dramatische album van hen. Het album was verfijnd, dromerig, geïnspireerd, volwassen en was de Bloc Party waar ik ze wou hebben, met nummers als ‘I Still Remember’, ‘Sunday’ en ‘SRXT’, waar zelfs Liam Gallagher een kwartier als een kind door ligt te wenen in bed. ‘Intimacy’ heeft weinig gelijkaardige momenten, behalve met Signs, met overschot het beste nummer van het album. Het nummer is een regelrechte dromerige tranentrekker. “At your funeral I was so upset. So upset, so upset. In your life you were larger than this. Statue-statuesque.” Noem de lyrics zielig, het klinkt 100% gemeend en gaat door merg en been. Het kippenvelmoment van de plaat.

De volledige tweede helft van de plaat is eigenlijk stukken beter dan de teleurstellende eerste, ondanks het dreigend mooie en verrassende begin van Ares. Kele blijft een heerlijke stem hebben, al komt die spijtig genoeg wat minder uit de verf en zijn de eerste 4-5 nummers, ondanks de catchy beats en hoekige gitaarriffs niet overtuigend genoeg naar de normen die Bloc Party zichzelf ooit oplegde. De tweede helft is dus beter, met het toegevoegde Talons, dat wel beter het midden weet te houden tussen de oude en de nieuwe Bloc Party. “And when it comes it will feel like a kiss.” Er gaat een zekere dreiging uit van het nummer, zowel tekstueel als instrumentaal, en tilt het album, samen met Better than Heaven, naar een hoger niveau. Die laatste lijkt op zich niet zo speciaal, was het niet dat de laatste minuut het nummer tot tweede hoogtepunt kroont. Lissack op zijn best, met een slepende gitaar die stilaan naar een ontwapenende climax bouwt.

“War, war, war, war” zijn de eerste woorden van Kele op Intimacy, al interpreteer je het aanvankelijk eerder als “Wow, wow, wow, wow.” De eerste luisterbeurt is een regelrechte mokerslag en zet je als luisteraar terug op je plaats. Je krijgt enkel zin om het een paar keer te herbeluisteren en de nieuwe richting van Bloc Party te leren appreciëren, hoewel ik het er tot op vandaag nog steeds moeilijk mee heb. Het klinkt beter na zekere tijd, dat niet, maar overtuigt me en raakt me nog steeds niet in de mate dat A Weekend in the City dat wel deed. En ik ben niet de enige die twijfelt of Bloc Party de juiste weg is ingeslagen. Maar kunnen we ze het kwalijk nemen? Waarschijnlijk niet. Het album raakt stilaan verteerd en de hoogtepunten doen je vaak teruggrijpen naar het album, en als dat niet lukt kan je nog steeds op de dansvloer gaan staan met grote delen van de rest van het album. Nu nog horen hoe alles live klinkt in de AB, en dat de dag voor Valentijn. Wie weet is de liefde dan compleet herwonnen en schrijf ik hen een poëtische liefdesverklaring?

Verdict: 6,6/10