Archief voor de ‘Essay’ Categorie

h1

(Maatschappelijke?) verontwaardiging. (1)

18 mei, 2009

Over het algemeen kan ik me vrij gedeisd houden als ik aanschouw wat er zoal gebeurt in de wereld. Eigenlijk is België ondanks zijn oppervlakte als podium al groot genoeg om voor te zitten in een comfortabele zetel en met argusogen te volgen. Honderden acteurs, de ene prominenter aanwezig dan de andere, en rond het podium een massa mensen die het aanschouwen, ‘ns lonken of passeren naar een leuker (of rustiger) deel van een stad vol entertainment. Maar soms stoot iets me zwaar tegen de borst, en voel ik de temperatuur van m’n bloed gevoelig stijgen. Een gevoel van onbegrip. Een gevoel van onmacht. Een gevoel van frustratie. Rond Koen Aurousseau (de sm-rechter, weet je wel), rond Yannick Houbben (de zogezegde Kim de Gelder look-a-like, weet je wel) en het Rode Kruis ‘(die hulporganisatie, weet je wel).

Ik was naar Phara, de talkshow op Canvas, aan het kijken die avond. Centrale gast was Koen Arrousseau, en ik had al snel door dat het om gevoelige materie ging. Hij zag er gekraakt en gebroken uit, oud, vermoeid en deed zijn best om zijn verhaal te doen. Hij beantwoordde zelfs enkele vragen met tranen in de ogen. Hij vertelde over een incident van 10 jaar geleden. Over hoe hij veroordeeld werd omdat zijn vrouw en hij samen aan S&M deden.

Ik was geschokt en vond het een schande dat die man gestraft werd ondanks zijn goeie bedoelingen. Want dat was zo volgens hem, en volgens zijn vrouw, die ondanks haar herhaaldelijke getuigenissen, die inhielden dat zij effectief vroeg om de pijn, niet (echt) gehoord werd door het gerecht. Blijkbaar ging het meer om een afrekening onder magistraten dan om een eerlijk proces. “Mijn vrouw was de dag nadien nooit werkonbekwaam” verklaarde Aurousseau in het programma, en je zag dat hij het meende.

Ik vroeg me af hoe zijn speciale voorkeuren op seksueel vlak, die hij in privé-omstandigheden (en in speciale clubs) beleefde, ooit een effect konden hebben op z’n correcte en rechtvaardige benadering van zijn werk als rechter. Ga je omdat je aan sm doet een vader die zijn kind martelt of een oude man die zijn hond dagelijks slaat met een stok daarom niet of minder zwaar straffen? Ik dacht het niet. De enigen die niet ‘menswaardig’ en correct gehandeld hebben zijn de magistraten zelf die hem een straf oplegden. “Ja, maar, ten tijde van de zaak Dutroux lag dat gevoelig.” Dan zijn ZIJ beïnvloedbaar en doen zij hun werk niet goed. Een scheidsrechter met een geheugen is een slechte scheidsrechter. Als heel het stadion schreeuwt om een penalty maar de speler speelde de bal, moet de scheidsrechter geen penalty geven. Punt, andere lijn.

Het verhaal van Yannick Houbben is er ook een om razend van te worden. De jongen werd ontslagen uit kinderdagverblijf ‘De Mereltjes’ omdat hij na de schokkende feiten in Dendermonde een t-shirt van de band Kiss droeg. Het ongeluk wil dat het t-shirt deed denken aan de foute berichtgeving in de media, die luidde dat Kim de Gelders gezicht, dader van de feiten, zwart en wit geverfd was. Deze mediablunder zorgde voor het ontslag van deze jongeman, die zich van geen kwaad bewust was.

Een vader die zijn kind kwam halen had gedreigd zijn kind niet meer terug te brengen naar het verblijf de dag nadien als Yannick er nog steeds werkte. In plaats van de naïeve, noem het zelfs idiote, vader op zijn plaats te zetten en duidelijk te maken dat Yannick een stagiair is als een ander die van kinderen houdt maar, verschillend van de anderen neem ‘k aan, fan is van metalbands en dat ook uitdrukt, beslist het dagverblijf de jongeman met directe ingang te ontslaan. Zo zie je maar dat het gezond verstand dezer dagen nog maar weinig spreekt bij veel mensen: iemand afschilderen als een psychopaat op basis van een foute vergelijking, en vooral, een fout mediabericht.

Dat is natuurlijk enorm gevaarlijk. Stel je voor dat iedereen die lijkt op Marc Dutroux of Josef Fritzl ontslagen of zelf uitgesloten wordt in onze maatschappij puur op basis van uiterlijke gelijkenis. Als je op die gedachte begint te hinken, kom je al snel terug bij de gedachtegang van de nazi’s, en ik neem aan dat we het erover eens zijn dat die niet de juiste is?

Een tussenoplossing was thans ook mogelijk geweest. Mocht men Yannick duidelijk gemaakt hebben dat sommigen mogelijk aanstoot nemen aan dergelijke t-shirt en hij die beter thuisliet, had hij dat ongetwijfeld gedaan. Maar neen, men moest weer radicale beslissingen nemen. En dan noemen ze België ‘het land van het compromis’.

Het Rode Kruis tenslotte heeft me iets minder kwaad gemaakt, maar toch ook genoeg om er iets over te zeggen. Ik zit namelijk aan de KULAK, afdeling van de KUL in Kortrijk, waar geregeld bloed ingezameld wordt van jonge mensen om zo, neem ‘k aan, oudere mensen, of mensen die uit een zwaar ongeval komen, te helpen in nood.

Bij elke bloedinzameling kreeg ik een e-mail waarin ik vrij sterk aangemaand werd om bloed te geven. Een zwaar charmeoffensief, een pamflet van jewelste om je toch te kunnen overtuigen en over de streep te trekken om het effectief te doen. Oké, maar dan vermelden ze ook beter in de mail dat niet iedereen bloed mag geven. Want eens ik zag wat de criteria waren om bloed te MOGEN geven viel ik direct uit de boot.

Men moet zeker opletten met bloed; het moet gezond bloed zijn, maar dat men dat tenminste deftige informatie versterkt. Overigens spijtig dat de criteria zo streng zijn. Alsof het bloed na afname niet getest wordt voor het in de ziekenhuizen terecht komt. Men zegt vaak dat men bloed te kort heeft, maar als men zo streng is en alle homo-, bi-, of ‘nieuwsgierige’ mannen geen bloed mogen geven, is het logisch dat er nijpende tekorten aan zitten te komen. Ik zou het discriminatie durven noemen. Hetero’s kunnen voor zover ik weet ook nog steeds aids krijgen. Of nee, het is allemaal de schuld van de homo’s. Met hun vuile anale seks en hun sekskelders en darkrooms enz.

En dan heb ‘k het nog niet eens gehad over de leerkracht die een van z’n leerlingen letterlijk mishandelde, de groeiende homofobie en het gebruik van het woord kanker. Moeder, waarom leven wij?

h1

Voetbal: Pure magie. (1/2)

13 juli, 2008

Godverdomme, diene stomme voetbal toch altij. Die gasten zijn gewoon mietjes die allemaal achter nen bal lopen, erop sjotten om er dan weer achter te lopen. Wa ne stomme sport. Hoe gij daar uren kunt na zien begrijp ‘k echt de kloten van.

Inderdaad, je begrijpt er de kloten van, en je zal het waarschijnlijk ook nooit begrijpen. Jij gaat niet al vanaf je vijfde met je vader voetbal kijken, tussen duizenden andere mensen. Je eerste massa-evenement waarbij je met verbazing naar zowel het veld als de tribunes staat te gapen. Jij hebt niet met opengesperde ogen naar de tv zitten staren tijdens de zomervakantie tijdens het WK in 1998 als kleine bengel, met een pot cornflakes op je schoot. Jij zat als 12-jarige niet op te scheppen bij klasgenoten uit het zesde leerjaar over je plaats in de preminiemen van de lokale voetbalploeg. Jij weet niet hoe het voelt met duizenden medesupporters het veld te bestormen wanneer je denkt dat je ploeg mag meedingen in de UEFA-beker. Jij weet niet hoe groot de kriebels zijn als je ploeg een belangrijke goal maakt en zo de degradatie ontloopt voor dat seizoen. Jij weet niet hoe het is ’s avonds na school topspelers aan het werk te zien in een Europese topmatch en je te herinneren hoe jij ooit ook droomde bij zo’n grote ploeg te mogen spelen. Zo populair te zijn. Zo belangrijk te zijn. Nee, Je weet het niet, en daarom heb ik er ook begrip voor. Maar stop dan alsjeblieft met arrogante, ongenuanceerde commentaar te geven daaromtrent en ga gezellig shoppen met je beste vriendin ofzo. Soms halen de vele voetbalhaters onder de homoseksuele mannelijke populatie en de helft van de wereld (het vrouwelijke deel dus) echt het bloed van onder mijn nagels. En ja, Justine Henin is een strijkplank. Dan maakt het borsthaar van Bart Goor een stuk meer indruk als je het mij vraagt.

Voetbal is magie. Oké, sommige matchen zijn wat saaier en sommige tackles zijn niet om aan te zien. En over het schandalige voetbalgeweld door hooligans begin ik niet, want dat is simpelweg niet goed te praten, maar los van dat alles is het pure magie, en een hele belevenis. Eens het in je bloed zit en je de voetbalmicrobe stevig te pakken hebt, is het moeilijk eraan te weerstaan en wil je matchen zien, op TV en vooral elke zaterdag of zondag in het stadion van je club. Ik was een groot supporter van KCR Harelbeke in de tijd dat ze nog iets betekenden en zelf stevig meedraaiden in eerste klasse (Misschien herinneren sommigen dat zelfs nog wel). Maar het succes steeg hen wat naar het hoofd en nu speelt de ploeg zonder het grote geld in eerste provinciale. Ondertussen begon er iets in me te knagen. Ik miste het voetbal en de sfeer die eraan gekoppeld is. Maar KV Kortrijk speelt terug in eerste klasse vanaf dit seizoen, en zo heb ik eindelijk weer een ploeg. Anderlecht, weze gewaarschuwd (En naar ‘k gehoord heb moeten we het al vrij snel tegen hen opnemen).

Een van de meest positieve aspecten aan voetbal vind ik ongetwijfeld ook het volkse karakter dat de sport al jaren met zich meedraagt. Iedere jongen (of zelfs meisje), van welke leeftijd of klasse dan ook, kan in principe meespelen met de lokale club. Geen al te chic, polarisend gedoe zoals je het vaak bij sporten als tennis of golf ziet, maar een volkssport, een beetje zoals wielrennen of veldrijden. Alle lagen van de bevolking komen ook kijken naar de wedstrijden. €10 of iets meer opzijzetten elke week kan normaal gezien wel en achteraf drinkt iedereen samen een stevige pint of eten ze een ongezonde hamburger, om de overwinning te vieren of het zoveelste verlies door te spoelen. Proximus brengt misschien mensen dichterbij, maar voetbal nog dat tikkeltje meer, denk ik.

Ach, ik heb me misschien iets te veel laten leiden door mijn liefde voor de sport, en ik hoop dat het niet te opgelegd of te ongenuanceerd klinkt, maar ik kan het moeilijk helpen het anders te benaderen. En velen zullen zich kunnen vinden in mijn oordelen, op de personen na die om zoveel weken wel eens de woorden uitspreken bovenaan. Maar ach, die hebben andere, leukere hobby’s. En laten we dat maar zo houden.

h1

Essay: spartelen naar volwassenheid.

22 juni, 2008

‘Je wordt echt volwassen’, zegt men wel eens tegen je. Als je na jaren oorlog voeren met tientallen verschillende crèmes het acnémonster overwonnen hebt. Als je ’s ochtends vroeg in bed betrapt wordt door je oudere zus tussen de benen van een blonde, gewillige deerne die je de avond daarvoor op een wild r’n’b-feestje hebt leren kennen. Als je er eigenlijk in slaagt je moeders leven te vatten en blijk kan geven haar te volgen in een gesprek over haar mentale beslommeringen vanaf haar achttiende. Als je zelf bepaalt wanneer het bedtijd is. Of gewoon als je achttien wordt. Want dan mag je stemmen (voor zover dat nog nut heeft dezer dagen), mag je met de auto rijden, mag je in de koffer duiken met wie je wil. Je mag zelfs alleen gaan wonen en je eigen boterham verdienen. Spijtig genoeg is volwassen worden niet zo simpel (meer), en lijken jongeren meer en meer moeite te hebben zichzelf klaar te stomen voor de wildernis der volwassenheid en alle verantwoordelijkheden die daarmee gepaard gaan.

Vroeger was volwassen worden een verplichting. Iets wat automatisch moest gebeuren en waarbij je geen tijd had om erover na te denken. Je mocht er zelfs niet over nadenken. Ik denk dat we allemaal de verhalen van onze grootmoeder of verre tante wel uit het hoofd kennen ondertussen. Na je plechtige communie werd je door je moeder verplicht te gaan werken in een fabriek of bij een hoop nonnen in het klooster. Dat was het minste dat je kon doen om het gezin met tien kinderen boven water te houden, aangezien de enige financiële bron vaak het loon van je vader was, een metser of stukadoor die het moest doen met veel te weinig geld. Van studeren was geen sprake. Je ging werken en werd automatisch volwassen. Je wist hoe hard het leven was, de verantwoordelijkheden die het met zich meebracht, en je was op de leeftijd waarop ik deze tekst schrijf al 5 jaar werkende en mogelijk getrouwd. En als jongen moest je een paar jaar later mogelijk naar het front als soldaat.

Vandaag is de situatie grondig gewijzigd. En gelukkig maar, ik zou me niet eens kunnen inbeelden op te groeien in een vooroorlogse periode, zoals beschreven in de vorige alinea. De generatiekloof lijkt me enorm, en ik kan enkel blijk geven van bewondering voor hun manier van ‘opgroeien’. Maar is het daarom nu echt beter? ik denk het wel. Ik ben er zelfs zeker van, maar de vraag is of dat ons ook helpt in het proces van ouder worden? Vast ook wel. We krijgen enorm veel kansen om ons goed te ontwikkelen, de vraag is eerder of we genoeg karakter hebben om ze met beide handen te grijpen en ons niet laten domineren door de negatieve momenten in de vele puberale ups en downs.

Jongeren moeten ook echt beseffen, willen beseffen, dat ze op jonge leeftijd de funderingen leggen voor hun situatie (en geluk?) later. Met wat geluk of ondernemerschap maak je het misschien toch maar iedereen heeft het bijna letterlijk in mijn kop gehamerd dat studies heel belangrijk zijn, en wie ben ik dan om dat tegen te spreken? De moeilijkheid is eerder het kiezen. Tegenwoordig bestaan er duizenden studiekeuzes over het hele land en moet je beslissen wat en waar je dat gaat dan. Veel jongeren zijn echter onzeker en weten niet wat ze willen. Dit leidt vaak tot vogelpiekkeuzes of keuzes onder het ‘mijn lief gaat daar ook’-motief. Vele jongeren maken het uiteindelijk toch, maar het is ontegensprekelijk dat het niet simpel is keuzes te maken op jonge leeftijd. En dat geldt niet alleen op het vlak van studies. Ook je liefdes- en seksleven, financiële zaken en banale dingen van elke dag dwingen je daartoe, en de luxe van overmaat aan keuze is zo misschien ook wel een negatief punt.

Bovendien zijn vele jongeren nogal verwend dezer dagen. Het Franse ‘pantoufler’ is een werkwoord om de trend aan te duiden waarbij jongeren steeds langer bij hun ouders blijven wonen, soms tot hun vijfentwintigste. Dat is een evolutie, en jongeren weten wel waarom ze het doen. Of ikzelf die weg op wil betwijfel ik ten zeerste, maar het is wel gemakkelijk om luxueus thuis te leven, terwijl jij financieel niets te betalen hebt en je moeder elke dag je boterhammen smeert. Het leven is stilaan duur geworden en om op je eigen poten te staan moet je al heel wat doen, waardoor je mogelijks de tijd voor uitgaan of andere vrije tijd kwijtspeelt. Velen zien wat op tegen het zelfstandige, vrije leven. Want ook dat kan aangenaam zijn, denk ik, en eens je weet dat je het zelfstandig kunt klaren, geeft dat ongetwijfeld genoeg voldoening om ermee door te gaan en ben je gelanceerd om je rest van je leven zelf te leiden. Op een gegeven leeftijd snak je ook gewoon naar zelfstandigheid. Ik heb dat gevoel althans, en ik ben nog steeds maar 18 jaar oud.

Sommige jongeren gedragen zich thans al volwassen en zelfstandig op vrij jonge leeftijd. Ze zijn arrogant en experimenteren vaak al om de haverklap met drugs, seks & rock n’ roll. Ze willen zich afscheiden van hun ouderlijke juk en rebelleren zoveel ze kunnen. Maar zoiets noemt men eerder puberen. Achteraf beseffen velen pas dat ze het thuis verre van slecht hebben en eigenlijk nog niet helemaal volwassen zijn. Het is misschien wel een belangrijk stadium dat jongeren moeten doorspartelen om volwassen te kunnen worden. En gelukkig geraken ze erdoor, want je loopt bij voorkeur mooi in de rij om het te kunnen maken zonder problemen. Zelfdiscipline en motivatie zijn belangrijk, en als die waarden niet in je zitten of je hebt ze simpelweg niet meegekregen van thuis, zal je hard moeten knokken.

‘Ouder worden is treurig, maar volwassen worden is prettig.’ Woorden uit de mond van Brigitte Bardot. Een uitspraak die voor velen opgaat, maar velen, net als ik, beleven het volwassen worden eerder met gemengde gevoelens. De drang naar autonomie kan groot zijn, maar aan de andere kant besef je dat het gemakkelijk is er om jong te zijn, bijna zorgeloos en zonder verantwoordelijkheden, al weet je ook wel dat je ooit de stap moet zetten. En als het gebeurt, gebeurt het voor de meesten gelukkig op een verstandige manier. En als dat niet het geval is, heb je nog het geluk in België te wonen, waar de sociale vangnetten zodanig groot zijn dat je er de Atlantische oceaan mee kan leegvissen. En daar zwemmen heel wat vissen, zowel grote als kleine.