h1

Gewoon ‘ongewoon’.

20 juni, 2008

Iedere stad heeft zo zijn eigen mensen, zijn eigen gewoontes en dus ook zijn eigen sfeer. En dat voel je vooral in een stad die zo’n 130 kilometer van je verwijderd is. Maar voor de liefde verlegt een mens graag zijn grenzen, en in voorbereiding van mijn examens had ik nood aan een namiddag vol zachte lippen, ingefluisterde liefdesverklaringen en puberale opwinding.

Ik was in Leuven, en ik was verdomd blij dat ik er geraakt was. Want daaraan had ik eerlijk gezegd enorm getwijfeld. Voor een keer was ik op tijd opgestaan en was ik op tijd in het station geraakt om mijn te duur ticket te kopen en op de trein te springen. De treinen reden vandaag dus wel, en ik was op tijd, dus er kon niets fout lopen. Of toch? Door ‘werken’ (en ik heb daar al slechte ervaringen mee aangezien ze in mijn thuisstad ook niets anders doen dan ‘werken’) had de trein een vertraging van een halfuurtje, waardoor ik het landschap tussen Gent en Brussel nog nooit zo gedetailleerd heb kunnen bestuderen en aanschouwen.

Een ding wou ik zeker niet: ‘Sex and the city’. Mensen kunnen me misschien een janet vinden, maar dat gaat echt wel te ver. Dan maar een film waarvan ik de titel en de inhoud nu al vergeten ben. Twee dingen weet ik nog: dat ik op bepaalde momenten enorm hard gelachen heb, en dat er meisjes naast me zaten die lachten met mijn accent. ‘Den elletric’. Toch overduidelijk wat dat betekent? En dan was er nog mijn aantreden in de panos. ‘Twee choclakoekn’. ‘Wat, twee appelflappen?’ Ofwel heeft heel Leuven een appelfetisj, ofwel zitten hun oren volgestouwd met vet.

Na de film, waarvan ik een halfuur gemist, omdat iemand naast me het nodig vond me op te geilen gingen we op weg naar het station. Geen wonder dat ik me quasi niets van de films herinner. Hoeft ook niet, ik vond de combinatie van de twee overheersende beelden die dag aangenaam. Dus, de Bondgenotenlaan voor de vijfenzestigste keer, tot we in het station waren, het begin van het einde.

Een nogal uitgewaaid type, ongetwijfeld afkomstig uit een van de maghreblanden, zat me constant aan te gapen, afgewisseld met blikken van ‘ik wil je.’ Meestal zou ik nooit uitpakken met zo’n praat, maar geloof me dat dit een uniek voorval is en ik nog nooit het voorstel heb gekregen om in Brussel van bil te gaan. Want dat vroeg hij, in het Frans. Hij had vast een tocht gemaakt doorheen ‘het land waar alles mogelijk is’. Hij stond waarschijnlijk al uren rond te cirkelen, op zoek naar een fuckbuddy om de avond mee door te brengen. Ben vond me te diplomatisch. Hij vroeg me ‘Tu ne veux pas y aller avec moi? Je connais des clubs de gays et des saunas’. Ik antwoordde : ‘Et ils sont tous nus là bas ?’ waarna ik hem diplomatisch afscheepte door te zeggen dat ik samen was met Ben, die naast me stond. We liepen weg en Ben begon paniekerig te schreeuwen. ‘Nog vijf seconden en ik had in zijn kloten gestampt’. Heerlijk, die Brabantse arrogantie en brutaalheid, al ben ik blij dat ik voor de zachte aanpak gegaan was. ‘Moet ik nu niet gevleid zijn?’ dacht ik maar ik zei het niet aangezien hij non-stop aan het freaken was en het woord ‘pedo’ in de mond nam. ‘In de mond nam’, moet die kerel ook gedacht hebben. Niet vanavond, schat, en zeker niet met mij. Sorry, en succes nog.

Daarmee was de kous nog niet af. Natuurlijk had ik toen mijn trein al gemist, en ook mijn volgende zou ik missen, om op de oude markt in het rockcafé lastig gevallen te worden door een vent die zodanig dronken was dat hij het verschil tussen het Atomium en de Eifeltoren nooit meer zou opmerken. Hij vond Ben lekker, maar stelde niet voor elkaar af te zuigen in een sauna in Brussel. Gelukkig maar, of ik had zijn pils afgenomen, de klootzak. Hij werd op straat gegooid en op zo’n moment dacht ik echt van ‘wat doe ik hier in godsnaam nog?’ Ik kon het nauwelijks nog aanzien. ‘Kom Ben, we gaan.’ En dat deden we, terug op weg naar het station, wederom doorheen de Bondgenotenlaan.

Je kan veel zeggen, maar het was op z’n minst en avontuur, en dat in een wereld van dagelijkse sleur. Op de trein dacht ik, mezelf wentelend in mijn typische melancholische stijl, aan de dag terug. Een glimlach bij de meisjes op de bank, die zo nodig moesten reageren als het over ‘ballen afsnijden’ ging. En natuurlijk aan Ben, een van de weinige jongens van wie ik ooit echt gehouden heb. Een week later was het tijd voor een sprookje die avond, met een elfje en een schaapje in de hoofdrol. Ik huiverde en had een nachtmerrie die nacht. Het startschot voor ‘Pornography’ en een nieuw pakje sigaretten.

“Scarred
Your back was turned
Curled like an embryo
Take another face
You will be kissed again
I was cold as I mouthed the words
And crawled across the mirror

I wait
Await the next breath
Your name
Like ice into my heart

A shallow grave
A monument to the ruined age
Ice in my eyes
And eyes like ice don’t move
Screaming at the moon
Another past time

Your name
Like ice into my heart

Everything as cold as life
Can no-one save you?
Everything
As cold as silence
And you will never say a word

Your name
Like ice into my heart”

Laat een reactie achter