
Panic at the Disco – Pretty. Odd.
25 maart, 2008“Oh, how it’s been so long
We’re so sorry we’ve been gone
We were busy writing songs for
you!”
Zo verwelkomen de fanfareknapen en emorockers van ‘Panic At The Disco’ ons op het geluid van hun nieuwe album: ‘Pretty. Odd.’. Of mag ik hen zo niet meer beschrijven? Ze hebben hun uitroepteken laten vallen, om duidelijk te maken dat ze grote jongens geworden zijn en nu ‘serieuze’ muziek maken. Kunnen we ze serieus nemen? Nog steeds niet, al is de muziek wel geëvolueerd. Vanaf het eerste nummer had ik door dat ik niet naar een tweede ‘A Fever’ aan het luisteren was. En maar goed ook. Dat album had zijn charmes en enkele sterke nummers, maar na drie jaar had ik maar weinig zin in een kopie. En zo zit ik klaar voor wat waarschijnlijk terug een van de meest controversiële platen van het jaar moet worden.
De onvermijdelijke eerste single doet ons nog het meest denken aan ‘A Fever You Can’t Sweat Out’. Het nummer zit er van de eerste zin knal op en zal ongetwijfeld oude tienerfans behagen, met een catchy refrein en het gekende meezinggehalte. De clip toont Urie op zijn schattigst in pyjama en mondt uit in een circusensemble die de straten onveilig maakt. Je krijgt zin om de rest van het album te luisteren, al was ik er achteraf van overtuigd dat het nummer het enige is met een groot hitpotentieel. ‘She’s a handsome woman’ begint met een aanstekelijk gitaarrif die een band als ‘Hard-Fi’ graag zelf had geschreven. Het is een van de mooiste nummers op het album, zeker qua melodie, en Urie’s stem klinkt op zijn best. Een gematigde rocker van formaat met singleallures. Het album blijft boeien met ‘Do You Know What I’m Seeing?’. Met een dreigende intro begeeft het nummer zich al snel op het gebied van ‘The Smiths’. Het benadert qua gevoelswaarde veel nummers van hen als ‘Heaven Knows I’m Miserable Now’ of ‘Girlfriend in a Coma’, en ergens wens je dat Morrissey kon inpikken om het refrein te zingen dat hij had kunnen geschreven hebben. Het nummer typeert het album: pakken minder explosief.
‘I Have Friends In Holy Places’ klinkt als een combinatie van Ricky Martin en Johnny Cash na iets te veel scotch en vooral de outtro valt op, die het volgende resem aan dromerige ballades inluidt. Die eerste is het lyrisch sterke ‘Northern Downpour’ en is eigenlijk meteen de beste. Het ademt ergens de sfeer van een nummer à la ‘Hey There Delilah’. Ook hier klinkt Urie goed en zelfverzekerd, alsof hij al altijd zulke nummers wilde maken maar nog niet kon of niet durfde. Het nummer is, net als vele andere verder op het album, een regelrechte stijlbreuk met het eerste album. Het uitroepteken mag dan verdwenen zijn, als je luistert wordt het nog duidelijker waarom. Het album heeft niet hetzelfde snelle tempo als hun eerste en mist wat kracht en meezingbaarheid. De band is er blijkbaar toch in geslaagd uit te zweten. ‘Pas de Cheval’ heeft nog wel iets catchy in zich, en de korte gitaarsolo naar het einde van het nummer doet deugd, maar het tweede deel van het album is ronduit te matig om echt nog met volle aandacht te luisteren. Het album duurt eigenlijk iets te lang, en nummers als ‘The Piano Knows Something I Don’t Know’ en ‘She Had The World’ hadden beter als b-sides gediend, om zo het album wat korter en meer verteerbaar te maken.
Eigenlijk kan het album het best omschreven worden als een flashback naar de jaren ’60. Het klinkt als een kitscherig aftreksel van ‘The Beatles’. Een nummer als ‘Behind the Sea’ verwijst zo duidelijk naar de psychedelische pop van de grootste band aller tijden dat zelfs mijn moeder dat zou kunnen opmerken. ‘From A Mountain In The Middle Of The Cabins’ is nog zo’n voorbeeld, die ons tenslotte bij het laatste nummer, ‘Mad as Rabbits’, brengt. Een opluchting. Het nummer begint met blazers die doen denken aan ‘There’s A Good Reason…’ maar wat minder uptempo. De gitaren dwepen op de achtergrond en het is goed dat ook Ryan de kans heeft gekregen als zanger, want hij klinkt, zeker samen met Brandon, erg sterk.
Dit album zal hoogstwaarschijnlijk meer mensen behagen dan ‘A Fever’. Tussen de puberale meisjes met eyeliner staan nu misschien ook wat dertigers en veertigers die tegen elkaar met enig gevoel van nostalgie en gefronste wenkbrauwen ‘The Beatles hebben toch een gigantische invloed gehad, he’ fluisteren. Het album, zeker de eerste vijf nummers, is eigenlijk niet slecht, al duurt het wat lang en luister ik ook met een zeker gevoel van nostalgie. Een dubbel gevoel, want wat kon ik ook genieten van een nummer als ‘Build God, Then We’ll Talk’, dat hier duidelijk niet opstaat. Maar ach, de band is uitgezweet, en velen zullen daar niet om malen.
Verdict: 6,0/10

geen idee hoe ik hier geraakt ben maar goeie recensie Simon =)