h1

Citaten v/d maand: augustus.

1 september, 2009

Quotes van anderen:

  • Dat is alsof je een peuter de autosnelweg laat oversteken. En hoopt dat hij veilig over geraakt.
  • Is het een vliegtuig, is het een vogel? Nee, dat is het niet. Het is mega Meert die je hier op daknam ziet. (voetbalcommentator tijdens Lokeren-ZW) / Is het een vogel, is het een vliegtuig? Nee, ‘t is Pozzato! (Renaat Schotte tijdens de koers) (allusie op Mega Mindy)
  • Jesse ‘The Devil’ Hughes is het stoerste moederskindje dat wij kennen. Zijn eagles zijn live een garantie op rock die qua vuiligheid de scheet van een doorzopen os in een stal met jonge runderen overtreft. (Humo over ‘Eagles of Death Metal’ n.a.v. hun concert op Pukkelpop)
  • So, all you “emo” kids run out and get this 1982 classic, ahem. (Pitchfork guestlist over Pornography, album van The Cure)
  • If you can’t be Asian, be emooo!
  • wow ne rooze zonnebril!

Quotes van mezelf:

  • Nee, ik ben geen decadente student die op cantussen care pils met zure melk mixt en dan urenlang toiletten onderkotst.
  • Als homo kan je non-stop een pot Vaseline op je nachtkastje staan hebben, met het dekseltje eraf…
  • Dat is als kiezen voor een droge worst terwijl er iets verderop een grote, sappige salami hangt.
  • Naspel? Hysterisch met een nat washandje op je matras staan frotten om geen plekken na te laten, bedoel je!
  • We zijn goddeloze wezens. Alstublieft, geef ons weer een god. Wie of wat dan ook. Meer dan geld, seks of muziek!
  • Jan Klaasen was trompetter in het leger van de prins. En dan?
  • Inderdaad, mama, ze zouden de verplichte legerdienst terug moeten invoeren.
  • Zijn moeder is een hoer. Maar ze moet wel: ze heeft 7 kinderen en haar man zit elke avond op café.
  • de zelfingenomen roste, ‘ik word een dagje ouder’, geitenwollen sokken pseudozangeres. “Als ik je morgen ergens tegenkom, dan weet ik dat ik val.” Ik schreef betere poëzie een jaar of 3-4 geleden.
  • En dan zijt ge zo bezig haar te neuken en vraagt ze zo ‘ey, moe je toevallig geen pipi doen?’
  • Groepsreizen en gidsen, BAH BAH BAH! Daar met 30 naar een uil van een gids staan luisteren die zichzelf veel te interessant vindt om dan om het kwartier op je uurwerk te moeten kijken om die of die kerk nog te kunnen zien. En dan hup de bus op! Of nee, we hebben een vrije namiddag! Naar de terrasjes!
  • ‘k Zou me wel een beetje een vuile jongen voelen. Maar daar denk je niet aan als je voor de spiegel staat, die spannende, sexy boxer met zwart-roze kotjes aanhebt en hem enkele minuten later volspuit, na er eerst een paar minuten aan gesnoven te hebben, jezelf aftrekkend (Vincent had het over straatautomaten in Japan die gebruikte onderbroeken van tienermeisjes verkopen).
h1

Playlist v/d maand: augustus.

1 september, 2009

Een complilatie van nummers die me de voorbije maand op de een of andere bezig gehouden of gegrepen hebben…

DE LIJST

NEUKSCHIJF V/D MAAND!!!

Sommigen zullen me verwijten dat ik een pophoer ben. En daar is wel iets van aan: ik ben gevoelig voor catchy popnummers; popnummers die ‘kloppen’. Zo staat de nieuwe van Mika, We Are Golden, in de lijst, wederom knal erop. Na de sterkste eerste cd vreesde ik of hij met iets sterks op de proppen zou kunnen komen, maar hij is er dus wederom in geslaagd. En bij deze heeft hij ook zijn definitieve coming out gemaakt, lijkt me. Waarom ook niet? Justin Timberlake staat ook in de lijst. Sinds jaar een van m’n favoriete popartiesten. Losing My Way staat op z’n laatste plaat (weliswaar reeds 3 jaar oud) en is een sterkhouder naar het mindere einde van het album toe. Trage beat, Justins mooie stem en ‘a choir that kicks in’, over een ongeluk in het leven, een teneergeslagen, verbitterde man in een negatieve spiraal en z’n verlangen naar hoe alles vroeger was. Lady Gaga, wie anders, staat ook in de lijst. Respect voor dat wijf. Ze schrijft zelf nummers, ze durft eens iets anders aantrekken (hoe fout het soms ook is), ze voelt zich niet te beroerd om op te treden op Werchter en blijkbaar kan ze ook echt goed zingen, zoals blijkt uit de pianoversie van Paparazzi, live opgenomen. No Air tenslotte is een melige, maar meeschreeuwbare tranentrekker van Justin Sparks en Chris Brown; over verloren liefde; over een brandend, onbestemd verlangen na de break-up.

Rock van eigen bodem is er met When She Comes Down van dEUS, tevens het openingsnummer op Vantage Point. Jarenlang heb ik dEUS nogal onderschat, maar de laatste tijd heb ik veel respect voor ze gekregen, na het beluisteren van enkele platen en vooral na hen enkele keren live gezien te hebben. Barman heeft ‘het’, en muzikaal is dEUS uitdagend, origineel en, sorry Koen Buyse, sterker dan Zornik. Even uitdagend, althans ten opzichte van de politie en rechterlijke instanties, is Pete Doherty met z’n band Babyshambles. Misschien niet even goed als The Libs, maar met Killamangiro (what’s in a name?) schreef hij toch weer een catchy Brit classic. Hedendaagse rockmuziek vinden we nog in Bloc Party en Arctic Monkeys. Beiden razendpopulair de laatste jaren, en terecht. 505 was niet eens een single maar is, net als A Certain Romance op hun eerste plaat, een prachtig slotnummer, waarbij ik moest huilen toen ik na Pukkelpop verloren rondliep in de mij compleet onbekende straten van Hasselt. Vision of Heaven van Bloc Party is zelfs een b-side en staat op het door een fan samengestelde Another Weekend in the City. Een prachtige collectie nummers, die ik zelfs beter vind dan Initmacy. Ik vind A Weekend in the City dan ook hun beste plaat tot dusver. Placebo, sinds lange tijd een van m’n favoriete bands, staat ook in de lijst, met een pianoversie van Teenage Angst, een single dat op hun eerste album staat. In hun Brixton Academy optreden in 1998 brengen ze het nummer zonder gitaren. Drums, piano en Brian die gemeend het nummer brengt, en nog nooit zo ontroerend was. “Since I was born I started to decay. Now nothing ever, ever goes my way.” zingt Brian, en je kan zijn pijn haast voelen.

Verder staan er vier wat oudere, legendarische bands in de lijst. Het gesplitte (of hoe zit dat nu?) Oasis , met hun magnum epos, Champagne Supernova. U2 met Mothers of the Disappeared, slotstuk op het prachtige The Joshua Tree, over moeders van kinderen verloren in oorlogstijden. De versie in deze lijst is er een waarbij Bono tijdens een optredens moeders, met foto’s van hun vergeten kinderen, aan het woord laat. Depeche Mode staat ook in de lijst met The Things You Said, gezongen door Martin Gore. Wederom een brok pure emotie, over verraad en ontgoocheling. Bij gebrek aan het origineel de 2009-versie Ten vierde mocht ook The Smiths niet ontbreken. De gewezen band van levende legende Morrissey maakte vier uitstekende platen. Death of a Disco Dancer staat op hun laatste en gaat, denken velen, over homofobie, onverdraagzaamheid en de ware aard van de mens. Pessimistisch, dat wel, maar wat had je gedacht?

IAMX is het eerste buitenbeentje in de lijst en zonder twijfel het minst bekend. Het is het soloproject van Chris Corner, bekend van Sneaker Pimps. Think of England vind ik z’n beste nummer. Last.fm omschrijft IAMX als een “blend of dramatic synth-rock, darkness-infused pop, and intricately-constructed indie dance”. Try it out!

Tenslotte is er Belgiës sterkste, ontroerendste en misschien ook wel beroemdste artiest ooit: Jacques Brel. Hij werd veel nagedaan maar nooit geëvenaard. Il neige sur Liège is een krachtige ballad en een ode aan Luik. Of tenminste, aan de melancholie die de stad uitstraalt. “Qu’on ne sait plus s’il neige, s’il neige sur Liège… Ou si c’est Liège qui neige vers le ciel…”

Voor ‘de neukschijf van de maand’ gaat 009 soundsystem met de eer lopen. Dreamscape is een heerlijk trancenummer die perfect zou samengaan met hevige liefkozerij in elke hoek van de slaapkamer. Erectieproblemen? Flauwe seks? Leg de schijf op, volume 30, en alles loopt direct lekker los.

h1

Kings of Britpop uit elkaar?

31 augustus, 2009

It’s with some sadness and great relief to tell you that I quit Oasis tonight. People will write and say what they like, but I simply could not go on working with Liam a day longer. (Noel Gallagher)

Net nu ik stilaan een Oasis fan aan het worden was.

Broertjes die niet goed overeenkomen. Het is een bekend probleem. In elke familie trekken ze wel ‘ns aan elkaars haren, geven ze elkaar ‘ns een mep in het gezicht, of noemen ze elkaar ‘ns een ‘loser’ of ‘onmogelijk kind’. Ik kan het weten, ik heb een broer, en vaak leven ook wij op gespannen voet samen. Soms ‘k wil hem bij de nek grijpen, en wenste ik dat ik geen broer had. Maar op andere momenten neemt de bloedband de bovenhand en heb je een gezellig gesprekje in de zetel over de nieuwe van Lady Gaga of de nieuwe Harry Potter, of ga je mee naar de tandarts omdat je weet dat hij wat schrik heeft. Hebben de broertjes Gallagher nooit dergelijke momenten gehad? Zoals misschien op deze foto?

Oasis 

Dat het niet goed ging wisten we al. Ze hebben het al jaren moeilijk met elkaar, en een tijdje geleden verklaarde Noel nog dat Liam onuitstaanbaar is en ze enkel nog communiceren via Twitter. Vrij triest, als broers, als belangrijkste schakels in een band. De liefde voor de muziek hield ze echter samen. Maar blijkbaar waren er grenzen. Voor Noel toch.

Ondanks de spanningen slaagden de broertjes er wel in een erg sterke plaat uit te brengen vorig jaar. Dig Out Your Soul staat niet bol van memorabele nummers en momenten, maar klinkt fris, rauw en op momenten erg ontroerend. De beste Oasis sinds lange tijd na het ook al vrij goeie Don’t Believe The Truth. Met die trend leken ze opnieuw op weg naar het schrijven van een Britpopklassieker.

Het laatste halfuur van hun optreden op Werchter was voor mij waarschijnlijk hét hoogtepunt van het festival. Wonderwall, Don’t Look Back in Anger, Champagne Supernova, en als afsluiter I Am the Walrus. Er stonden straalbezopen kerels naast me, maar het kon te pret niet drukken. Zij zongen, ik zong, de hele wei zong. Ik herinner me dat ik toen ‘k op de camping aankwam direct in de tent ben gaan liggen, iPod genomen heb, en (What’s the Story?) Morning Glory op repeat heb laten afspelen. Het was hemels.

Dus alstublieft, broertjes Gallagher, ga op consultatie bij een relatietherapeut, koop elkaar een bos bloemen (oké, nee, dat zou eerder iets voor Morrissey zijn), ga eens op café of bekijk samen een fotoalbum uit jullie kindertijd. Maar doe iets. Want ook al gaat Liam verder met Oasis zonder broer Noel, Oasis zonder Noel is Oasis niet, en dat zou omgekeerd net hetzelfde zijn.

Genoeg redenen dus, chaps. Oasis, please Live Forever!

h1

Dream On…

27 augustus, 2009

Dromen spreken tot de verbeelding. Iedereen snakt wel ‘ns naar een leuke, romantische of avontuurlijke droom en quasi iedereen staat bezweet en met doodsangst op als hij of zij een nachtmerrie achter de rug heeft. Iedereen zou dromen, tientallen keren per nacht (zo heeft iedere mens los van z’n lichamelijke kenmerken toch nog iets gemeenschappelijks met de anderen). Ze zouden ook hun nut bewijzen, en zouden, zoals ik zag in een documentaire daaromtrent, evolutionair gezien, bestaan om onze overlevingskansen te vergroten en om ons onbewust iets duidelijk te maken: wat we verlangen, wat ons bezighoudt, waarvoor we moeten opletten, wat we moeten mijden, wat we eigenlijk moeten doen.

Spijtig genoeg dromen we niet altijd over wat we graag zouden willen dromen; Dromen waarin we ons perfect thuis voelen en gelukkig voelen. Het gebeurt zelden, en vaak lijken het gewoon levensvreemde en zelfs belachelijke stukjes verbeelding. Morrissey, naar verluidt aseksueel(/biseksueel) en, als we dat mogen afleiden uit z’n lyrics, vrij verbitterd en eenzaam, had een vrij logische droom:

Last night I dreamt
That somebody loved me
No hope, no harm
Just another false alarm

Thom Yorke’s droom is al een stuk mysterieuzer:

They love me like I was their brother
They protect me, listen to me.
They dug me my very own garden
Gave me sunshine, made me happy
Nice dream, nice dream
Nice Dream

I call up my friend the good angel
But she’s out with, her answer-phone.
She says that she’d love to come help but
The sea would electrocute us all
Nice dream, nice dream
Nice dream, nice dream

Die strofe benadert weliswaar beter mijn dromen de laatste tijd. Vreemd, soms zelfs ronduit freaky. Zo droomde ik gisteren dat ik in een pretpark vol loopings rondliep, en warempel, wie zie ik daar? Piet Huysentruyt. Er stonden een hoop mensen rond hem, die elk om beurt opsomden wat ze vandaag geleerd hadden. Ik had niets geleerd.

Eergisteren was de droom een stuk erger. Ik droomde over het klimmen op gevaarlijke rotsen, en over mijn moeder, die hysterisch huilde en schreeuwde om te mogen sterven. De persoon voor haar had een lang geweer vast, maar ik kon hem net tegenhouden.

Als kind droomde ik dat ik met touw vastgebonden was aan een treinspoor. In de verte hoorde ik een imposante stoomtrein in mijn richting razen. Net voor de inslag werd ik bezweet wakker. Ik zocht naar licht in het duister, maar kon ze, verward en in doodsangst, niet vinden. Dan maar mama roepen.

‘Dream on’ zingt Dave Gahan. Maak je geen zorgen, Dave.

h1

(Maatschappelijke?) verontwaardiging. (1)

18 mei, 2009

Over het algemeen kan ik me vrij gedeisd houden als ik aanschouw wat er zoal gebeurt in de wereld. Eigenlijk is België ondanks zijn oppervlakte als podium al groot genoeg om voor te zitten in een comfortabele zetel en met argusogen te volgen. Honderden acteurs, de ene prominenter aanwezig dan de andere, en rond het podium een massa mensen die het aanschouwen, ‘ns lonken of passeren naar een leuker (of rustiger) deel van een stad vol entertainment. Maar soms stoot iets me zwaar tegen de borst, en voel ik de temperatuur van m’n bloed gevoelig stijgen. Een gevoel van onbegrip. Een gevoel van onmacht. Een gevoel van frustratie. Rond Koen Aurousseau (de sm-rechter, weet je wel), rond Yannick Houbben (de zogezegde Kim de Gelder look-a-like, weet je wel) en het Rode Kruis ‘(die hulporganisatie, weet je wel).

Ik was naar Phara, de talkshow op Canvas, aan het kijken die avond. Centrale gast was Koen Arrousseau, en ik had al snel door dat het om gevoelige materie ging. Hij zag er gekraakt en gebroken uit, oud, vermoeid en deed zijn best om zijn verhaal te doen. Hij beantwoordde zelfs enkele vragen met tranen in de ogen. Hij vertelde over een incident van 10 jaar geleden. Over hoe hij veroordeeld werd omdat zijn vrouw en hij samen aan S&M deden.

Ik was geschokt en vond het een schande dat die man gestraft werd ondanks zijn goeie bedoelingen. Want dat was zo volgens hem, en volgens zijn vrouw, die ondanks haar herhaaldelijke getuigenissen, die inhielden dat zij effectief vroeg om de pijn, niet (echt) gehoord werd door het gerecht. Blijkbaar ging het meer om een afrekening onder magistraten dan om een eerlijk proces. “Mijn vrouw was de dag nadien nooit werkonbekwaam” verklaarde Aurousseau in het programma, en je zag dat hij het meende.

Ik vroeg me af hoe zijn speciale voorkeuren op seksueel vlak, die hij in privé-omstandigheden (en in speciale clubs) beleefde, ooit een effect konden hebben op z’n correcte en rechtvaardige benadering van zijn werk als rechter. Ga je omdat je aan sm doet een vader die zijn kind martelt of een oude man die zijn hond dagelijks slaat met een stok daarom niet of minder zwaar straffen? Ik dacht het niet. De enigen die niet ‘menswaardig’ en correct gehandeld hebben zijn de magistraten zelf die hem een straf oplegden. “Ja, maar, ten tijde van de zaak Dutroux lag dat gevoelig.” Dan zijn ZIJ beïnvloedbaar en doen zij hun werk niet goed. Een scheidsrechter met een geheugen is een slechte scheidsrechter. Als heel het stadion schreeuwt om een penalty maar de speler speelde de bal, moet de scheidsrechter geen penalty geven. Punt, andere lijn.

Het verhaal van Yannick Houbben is er ook een om razend van te worden. De jongen werd ontslagen uit kinderdagverblijf ‘De Mereltjes’ omdat hij na de schokkende feiten in Dendermonde een t-shirt van de band Kiss droeg. Het ongeluk wil dat het t-shirt deed denken aan de foute berichtgeving in de media, die luidde dat Kim de Gelders gezicht, dader van de feiten, zwart en wit geverfd was. Deze mediablunder zorgde voor het ontslag van deze jongeman, die zich van geen kwaad bewust was.

Een vader die zijn kind kwam halen had gedreigd zijn kind niet meer terug te brengen naar het verblijf de dag nadien als Yannick er nog steeds werkte. In plaats van de naïeve, noem het zelfs idiote, vader op zijn plaats te zetten en duidelijk te maken dat Yannick een stagiair is als een ander die van kinderen houdt maar, verschillend van de anderen neem ‘k aan, fan is van metalbands en dat ook uitdrukt, beslist het dagverblijf de jongeman met directe ingang te ontslaan. Zo zie je maar dat het gezond verstand dezer dagen nog maar weinig spreekt bij veel mensen: iemand afschilderen als een psychopaat op basis van een foute vergelijking, en vooral, een fout mediabericht.

Dat is natuurlijk enorm gevaarlijk. Stel je voor dat iedereen die lijkt op Marc Dutroux of Josef Fritzl ontslagen of zelf uitgesloten wordt in onze maatschappij puur op basis van uiterlijke gelijkenis. Als je op die gedachte begint te hinken, kom je al snel terug bij de gedachtegang van de nazi’s, en ik neem aan dat we het erover eens zijn dat die niet de juiste is?

Een tussenoplossing was thans ook mogelijk geweest. Mocht men Yannick duidelijk gemaakt hebben dat sommigen mogelijk aanstoot nemen aan dergelijke t-shirt en hij die beter thuisliet, had hij dat ongetwijfeld gedaan. Maar neen, men moest weer radicale beslissingen nemen. En dan noemen ze België ‘het land van het compromis’.

Het Rode Kruis tenslotte heeft me iets minder kwaad gemaakt, maar toch ook genoeg om er iets over te zeggen. Ik zit namelijk aan de KULAK, afdeling van de KUL in Kortrijk, waar geregeld bloed ingezameld wordt van jonge mensen om zo, neem ‘k aan, oudere mensen, of mensen die uit een zwaar ongeval komen, te helpen in nood.

Bij elke bloedinzameling kreeg ik een e-mail waarin ik vrij sterk aangemaand werd om bloed te geven. Een zwaar charmeoffensief, een pamflet van jewelste om je toch te kunnen overtuigen en over de streep te trekken om het effectief te doen. Oké, maar dan vermelden ze ook beter in de mail dat niet iedereen bloed mag geven. Want eens ik zag wat de criteria waren om bloed te MOGEN geven viel ik direct uit de boot.

Men moet zeker opletten met bloed; het moet gezond bloed zijn, maar dat men dat tenminste deftige informatie versterkt. Overigens spijtig dat de criteria zo streng zijn. Alsof het bloed na afname niet getest wordt voor het in de ziekenhuizen terecht komt. Men zegt vaak dat men bloed te kort heeft, maar als men zo streng is en alle homo-, bi-, of ‘nieuwsgierige’ mannen geen bloed mogen geven, is het logisch dat er nijpende tekorten aan zitten te komen. Ik zou het discriminatie durven noemen. Hetero’s kunnen voor zover ik weet ook nog steeds aids krijgen. Of nee, het is allemaal de schuld van de homo’s. Met hun vuile anale seks en hun sekskelders en darkrooms enz.

En dan heb ‘k het nog niet eens gehad over de leerkracht die een van z’n leerlingen letterlijk mishandelde, de groeiende homofobie en het gebruik van het woord kanker. Moeder, waarom leven wij?

h1

(Zelf)respect, Fall Out Boy!?

10 november, 2008

What the hell happened to Rock & Roll?
Eyeliner, Energy Drinks, and No Guitar Solos?
I’ve taken sh**s with bigger Rockstars in them.

Hiermee heeft Fall Out Boy definitief mijn respect herwonnen. Dat hadden ze wat verloren na Infinity on High en hun vrij uitgekookte, flauwe concert op Pukkelpop vorig jaar. Al lag dat waarschijnlijk eerder aan het publiek. De clichés lijken namelijk grotendeels te kloppen. Wannabe-emo-meisjes van 14 tot 18 die vooraan staan te freaken, wachtend op ‘hun’ band. Het hek was helemaal van de dam toen Pete Wentz, ik geloof dat het tijdens Saterday was, in het publiek kwam en een horde mensen tegen het hek ging plakken om zo met hun arm hem heel eventjes te kunnen aanraken. Fall Out Boy speelde ook Beat It, een cover van ‘The King of Pop’, met weinig verve. En toch was uitgerekend dat nummer een van de hoogtepunten uit de setlist. Iedereen kon meezingen en het is vrij speciaal een Michael Jackson-nummer te horen op een festival.

We zijn echter alweer een jaar verder en Fall Out Boy heeft nog maar eens een single uitgebracht die qua catchiness Thnks Fr Th Mmrs benadert. I Don’t Care vond ik eerst niet veel soeps, maar intussen leg ik het elke dag op en verlang ik meer en meer naar het nieuwe album, Folie à Deux (een Franse titel, verdomme), dat in december uitkomt. Een From under the Cork Tree mogen we vast niet verwachten, maar hopelijk loont het toch de moeite tijd te steken in de plaat.

Wat I Don’t Care zo speciaal maakt is de eerste halve minuut. De zinnetjes bovenaan geven blijk van een band die zichzelf kan relativeren, niet schuw voor vormen van zelfspot. Geen arrogantie die vele rockbands daarentegen wel in zich hebben. alsof ze zich de keizer van de hele wereld voelen. Fall Out Boy zal nooit m’n favoriete band worden, maar ik zal ze in ieder geval altijd beter vinden dan Panic at the Disco, tenzij die plots een geniale plaat zouden uitbrengen, maar dat verwacht ik in de verste verte niet.

h1

Bloc Party – Intimacy

6 november, 2008

Bloc Party - Intimacy

Bloc Party is héél snel héél groot geworden. Toen ik als zestienjarige knaap op Werchter in de Marquee stond, met mijn broek vol modder en mijn haar vol frietvet, was de band voor mij al meer dan de ‘grijze massa’ die er sinds lange tijd bestaat in Groot-Brittanië. Ze rijden weliswaar allen gewillig mee op de golven der herwaarding van de post-punkbeweging en dan vooral onder invloed van een band als The Strokes of The Libertines , die een invloedrijke, frisse maar verdomd krachtige wind over het Britse eiland lieten waaien, en Bloc Party was een van die weinige bands die echt het verschil kon maken, zo bleek. Hoe kon je ook niet van hen houden? Helicopter en Banquet waren nummers die je maag overhoop gooiden, This Modern Love en So Here We Are raakten je, al was het door de tekst, als een storm van zachtheid, in het oog van een orkaan genaamd Silent Alarm, en het magistrale Pioneers maakte het album op zich essentieel voor elke rockziel in 2005. Doe daar wat sterke live concerten bij en de adoratiefactor van zanger Kele en Bloc Party werd groot voor ze het echt goed beseften.

De tijden zijn echter veranderd: de band is zich bewust van hun status en is intussen bezig met zichzelf te herontdekken, met hun fans een andere kant te laten zien. In tegenstelling tot het verleden proberen meer en meer bands zichzelf te vernieuwen, te experimenteren, al was het maar om het allemaal wat interessant te houden. Want welke band wil tegenwoordig 30 jaar exact dezelfde muziek maken. Het enige waarvoor ik vreesde, net als vele anderen, is de nieuwe richting die Bloc Party zou uitstippelen. ‘Flux’ was een voorbode voor wat komen zou en velen vreesden een kitscherig electrorockexperiment dat kwalitatief Silent Alarm nooit kon evenaren. Een paar maanden later was het zover: Intimacy.

Terwijl Flux nog een aangename single was en de gitaren naar het einde van het nummer als een pijl door mijn hart schoten en me zin deden kregen in een moderne post-rockplaat, zo was het bij Mercuy, de single die Intimacy voorafging, helemaal anders. Het klonk nog minder als de Bloc Party die we kenden en hoewel ik dat had verwacht, kon het nummer nooit groeien. Het klonk als een hutsepot van ideeën dat resulteerde in een irritante single die me weinig tot niets deed. Als ik high ben zou ik me er misschien rot op amuseren, maar op zich klonk de single niet al te best.

De plaat is in de pers vaak vergeleken met de waanzinnige ommezwaai getiteld Kid A door Radiohead, maar zo ver gaat Bloc Party écht niet, net als Coldplay vroeger dit jaar trouwens. De band behoudt zijn fundamenten maar giet eerder een elektronische saus over z’n gepeperd vlees dat een band als Goose wel zou kunnen smaken. Dat kan je gemakkelijk staven met nummers als ‘Halo’ en ‘One Month Off’: beiden zijn rocksongs die de populaire singles van Silent Alarm of een nummers als Hunting for Witches achterna gaan, hetzij met iets minder verve. De hoekige gitaarriffs zijn er nog steeds, ze worden gewoon wat anders uitgewerkt, klinken rauw en sommigen zouden zelfs zeggen ‘ondergeproducet’ of onafgewerkt. Je kan je de vraag stellen of de band niet te snel met een nieuw album is komen opdraven en ze niet beter gebroed hadden op andere nummers, maar zoals reeds gezegd: ze wilden het fris houden, en als bands als The Smiths en The Beatles het kunnen moet ons dat ook lukken, zullen ze gedacht hebben.

Het grootste probleem, voor mij persoonlijk, is het tekort aan sfeer na ‘A Weekend in the City’, dat sinds de release quasi de cultstatus bereikt heeft. Minder geliefd dan Silent Alarm, maar met overschot het meest pakkende, sfeervolle en bijna dramatische album van hen. Het album was verfijnd, dromerig, geïnspireerd, volwassen en was de Bloc Party waar ik ze wou hebben, met nummers als ‘I Still Remember’, ‘Sunday’ en ‘SRXT’, waar zelfs Liam Gallagher een kwartier als een kind door ligt te wenen in bed. ‘Intimacy’ heeft weinig gelijkaardige momenten, behalve met Signs, met overschot het beste nummer van het album. Het nummer is een regelrechte dromerige tranentrekker. “At your funeral I was so upset. So upset, so upset. In your life you were larger than this. Statue-statuesque.” Noem de lyrics zielig, het klinkt 100% gemeend en gaat door merg en been. Het kippenvelmoment van de plaat.

De volledige tweede helft van de plaat is eigenlijk stukken beter dan de teleurstellende eerste, ondanks het dreigend mooie en verrassende begin van Ares. Kele blijft een heerlijke stem hebben, al komt die spijtig genoeg wat minder uit de verf en zijn de eerste 4-5 nummers, ondanks de catchy beats en hoekige gitaarriffs niet overtuigend genoeg naar de normen die Bloc Party zichzelf ooit oplegde. De tweede helft is dus beter, met het toegevoegde Talons, dat wel beter het midden weet te houden tussen de oude en de nieuwe Bloc Party. “And when it comes it will feel like a kiss.” Er gaat een zekere dreiging uit van het nummer, zowel tekstueel als instrumentaal, en tilt het album, samen met Better than Heaven, naar een hoger niveau. Die laatste lijkt op zich niet zo speciaal, was het niet dat de laatste minuut het nummer tot tweede hoogtepunt kroont. Lissack op zijn best, met een slepende gitaar die stilaan naar een ontwapenende climax bouwt.

“War, war, war, war” zijn de eerste woorden van Kele op Intimacy, al interpreteer je het aanvankelijk eerder als “Wow, wow, wow, wow.” De eerste luisterbeurt is een regelrechte mokerslag en zet je als luisteraar terug op je plaats. Je krijgt enkel zin om het een paar keer te herbeluisteren en de nieuwe richting van Bloc Party te leren appreciëren, hoewel ik het er tot op vandaag nog steeds moeilijk mee heb. Het klinkt beter na zekere tijd, dat niet, maar overtuigt me en raakt me nog steeds niet in de mate dat A Weekend in the City dat wel deed. En ik ben niet de enige die twijfelt of Bloc Party de juiste weg is ingeslagen. Maar kunnen we ze het kwalijk nemen? Waarschijnlijk niet. Het album raakt stilaan verteerd en de hoogtepunten doen je vaak teruggrijpen naar het album, en als dat niet lukt kan je nog steeds op de dansvloer gaan staan met grote delen van de rest van het album. Nu nog horen hoe alles live klinkt in de AB, en dat de dag voor Valentijn. Wie weet is de liefde dan compleet herwonnen en schrijf ik hen een poëtische liefdesverklaring?

Verdict: 6,6/10

h1

De weg naar Rome.

17 oktober, 2008

Gevoelens kunnen speciaal zijn. Sommige ervan maakte je al meermaals mee in je leven en zijn bekend, maar toch nog ‘fris’ genoeg op het moment zelf dat ze speciaal blijven: kriebels in je buik, doldwaze verliefdheid (al dan niet op het eerste gezicht), innige vriendschap, opluchting of wederzijds begrip. Pure melancholie aan de andere kant, het ondraaglijke gevoel van onmacht, van wereldvreemdheid. Al deze gevoelens maken het leven interessant, en maken je misschien ook wel echt tot een mens van vlees en bloed.

Er zijn echter ook onbeschrijfbare gevoelens. Gevoelens die je niet kan plaatsen. Het was ’s avonds, vrij laat waarschijnlijk, op de enige plek in Kortrijk waar je nog iets van leven kon bemerken. Enkele meters daar vandaan, aan de rand van de fontein waarvan het water nog steeds lichtjes roze kleurde. Zoiets noemen ze kunst. Artistiek kunnen omgaan met basismiddelen, met de essentie van alle leven. Esthetisch verantwoord.

En toen stelde ik haar de vraag, in een moment van nieuwsgierigheid en vertwijfeling.

“He, heb jij soms ook dat gevoel?”
“Welk gevoel?”

Veel kon ik op dat moment niet verzinnen. “Ik kan het moeilijk uitleggen.” Maar ik probeerde het toch. “Het is alsof… de hele wereld en het hele hemelgewelf op je schouders rust en het toch vederlicht aanvoelt. Alsof je het gevoel hebt dat je echt deel uitmaakt van deze wereld en toch niet bent. Alsof je je 100% verbonden voelt met ‘het alles’, met de wereld en het heelal. Het lijkt bijna metafysisch, alsof je je neerlegt bij de mysteries van deze wereld en er respect voor hebt. Alsof je verdomd dankbaar bent dat je er deel uitmaakt en het je aan de andere kant ook niet echt gelukkig maakt. Een dubbel gevoel, misschien wel drie- of vierdubbel. Een gevoel dat je tot tranen toe brengt terwijl je helemaal niet goed weet waarom. Tranen om bij te glimlachen. Een soort onbeschrijfbaar inzicht, een moment waarop je je speciaal voelt en geniet van alles dat rondom je gebeurt.”

De laatste maanden heb ik me een paar keer zo gevoeld, en dat was quasi steeds ’s nachts; ’s nachts, en buiten. Als ik onder een zwarte hemel alleen tussen braakliggende akkers fiets of doorheen grijze, vervuile straten van de stad wandel. Het gevoel is nooit hetzelfde, maar het benadert wel steeds het ’speciale’ dat ik de eerste keer ook voelde. Een keer toen ik voor de zoveelste keer te laat was voor een hoorcollega en op een verlaten trap van de bioscoop gefascineerd naar een webspinnende spin zat te staren. Een keer kijkend naar de televisie, tijdens een filmscène die ontroerend en toch hartverwarmend was. Een keer het groen in andermans tuin bewonderd, en hoe de wind er zich een weg door baande. Terwijl zij zat te huilen en ik naast haar zat. En die eerste keer, die ik me weet te herinneren tenminste, was toen ik ’s nachts naar huis fietste. De regen viel met bakken uit te lucht en ik kon gewoon niets anders doen dan ervan genieten. Hier en daar wat licht, een smal pad tussen de akkers en het plaatje was af. Ik had plots zoveel om naar te kijken, liet elk spatje regen op me vallen en kreeg ‘dat gevoel’. Het kon me ook niet meer schelen waar ik heen fietste, of ik de weg vond of verloren reed. Elke weg was goed die nacht. Ik reed naar mijn ‘Rome’, hoewel ik intussen Rome nog altijd niet gezien heb. Ach, de toekomst en de wijde wereld ligt nog voor ons.

h1

Il y a 30 ans. 30 ans d’amour.

9 oktober, 2008

h1

(Z)onder stroom.

29 augustus, 2008

Wat zou de wereld zijn zonder de miljarden tonnen MEGAWATT die de mensheid dagelijks tot zijn beschikking heeft en met veel gulzigheid opgebruikt (Waarschijnlijk maak ik hier nu een blunder qua eenheid, aangezien ik gehoord heb dat je geen elektrische stroom maar wel energie verbruikt bij het aansteken van een lamp of het spelen met je X-Box)?

Megawatt, kilojoule, milliampère, hectare per inwoner…

Dit is gelukkig geen wetenschappelijk betoog of een moralistisch essay van een Greenpeaceactivist; bijgevolg zal ik me geen zorgen maken over de eenheid en gewoon een antwoord geven op de prangende vraag waarmee ik dit ‘schrijfsel’ (wat haat ik dat woord) begon. Het antwoord is thans simpel: NIETS.

Geen koude pizza van de avond ervoor om op te warmen in de microgolf bij gebrek aan ontbijt na een te zware nacht vol drugs en een flinke schep decadentie. Geen fris pilsje meer op een hete zomerdag maar een warm brouwsel dat meer lijkt op urine dan de kleur van limonade uit de Aldi. Geen World of Warcraft meer voor de miljoenen freaks die al in maanden geen vijf minuten meer met hun ouders in de zetel gezeten hebben om van een aflevering van ‘Desperate Housewives’ te genieten (Toch één positief punt, dan). Geen werkende jacuzzi’s meer in Dubai (of je moet de hele tijd in het rond spartelen en scheten laten, maar dat zie ik al die Arabieren niet direct doen, en al zeker niet na een vijftal pita’s). Geen lichtshows en versterkers meer bij festivals maar slechts één akoestisch gitaartje, omringd door een cirkel geïnteresseerden. Geen hypermodern gsm-toestel meer om één van je fuckbuddy’s uit te nodigen op het moment dat je ouders een weekendje in de Ardennen vertoeven en jij voor de zoveelste keer droog staat (of juist helemaal niet).

Laten we het daarom allen uitschreeuwen: REVOLUTIE!

Terug naar het gasvuur, de koffiemolen, de stoomtrein, de kaarsen, het kaartspel en de vinger (ja, dat is een doordenker).

Of nee, toch maar niet. Het is een schok te beseffen hoe afhankelijk je bent van elektriciteit eenmaal die plots uitvalt en zo alles rondom je lam ligt. Ik werkte sinds een drietal weken in het hoofdkantoor van Fortis in Kortrijk.

En plots stond ik onder stroom. En het hele kantoor zonder.

Enkele doemscenario’s kwamen spontaan in me op; ik ben namelijk een grote fan van de Amerikaanse actieserie 24. Dan flitst er een scène door je hoofd waarin gemaskerde beren van venten met semiautomatische wapens het kantoor binnendringen en je verplichten al het geld uit je kas te halen om het hen mee te geven in een bruine, stoffen zak. Ik vermande me en kon me net weerhouden onder mijn bureau te kruipen om er in een hoekje in doodsangst al rillend te wachten op de redding door ‘den Eddy’, de beste wijkagent in eeuwen. “Doe in godsnaam normaal,” zei ik tegen mezelf, en mezelf Jack Bauer wanend ging ik van mijn bureaustoel om te zien wat er aan de hand was. Het lag echter voor de hand: Kortrijk is in de laatste jaren veranderd in een modderige, miezerige bouwwerf en misschien had een arbeider per ongeluk zijn geopende thermoskan vol tomatensoep laten vallen op een bloot liggende elektriciteitskabel.

En plots kwamen er meer en meer mensen buiten, elkaar aankijkend met een ‘wat gebeurt er allemaal?’-blik. Een kwartier later wist iedereen het. Enkele winkelbediendes ijsbeerden heen en weer voor hun winkel, een ober profiteerde ervan om een sigaret op te steken, een andere probeerde tevergeefs het licht weer aan te schakelen of zijn of haar kassa te openen. Ik stak een sigaret op, nam mijn fiets en ging, gerustgesteld en tevreden, een halfuurtje vroeger naar huis. De kantoordirecteur sprak me voor ik vertrok nog even toe: “Voor 13u30 zullen we de bank zeker niet meer kunnen openen.” En uiteraard had ik daar geen enkel probleem mee. Ook al moet ik toegeven dat ik er graag gewerkt hebben. Afwisselend, fijne collega’s, sociaal contact en af en toe een heerlijke tas koffie van Senseo. Veel jobstudenten hebben het iets minder, neem ik aan. (vandaar het tikkeltje sponsoring bovenaan dit bericht; mocht wel.)

Nu nog hopen dat Kortrijk geen zoveelste stroompanne kent tijdens de grote slotshow van Fata Morgana, of De Clerck krijgt de VRT op zijn dak en daarenboven zouden we geen ‘guldensterrenstad’ meer zijn maar een verliezende stad (zoals het opschrift op de muur geplaatst door kansarmen, gefrustreerden, communisten of anarchisten) wiens reputatie weer een deuk zou krijgen. En we krijgen nu al de al dan niet serieuze verwijten in de trant van ‘onderontwikkelde boeren’. Om nog maar te zwijgen van onze bijnaam: ‘Het Texas van Vlaanderen.’

Yeah, I’m a cowboy. And i like it.