h1

Voetbal: Pure magie. (1/2)

13 juli, 2008

Godverdomme, diene stomme voetbal toch altij. Die gasten zijn gewoon mietjes die allemaal achter nen bal lopen, erop sjotten om er dan weer achter te lopen. Wa ne stomme sport. Hoe gij daar uren kunt na zien begrijp ‘k echt de kloten van.

Inderdaad, je begrijpt er de kloten van, en je zal het waarschijnlijk ook nooit begrijpen. Jij gaat niet al vanaf je vijfde met je vader voetbal kijken, tussen duizenden andere mensen. Je eerste massa-evenement waarbij je met verbazing naar zowel het veld als de tribunes staat te gapen. Jij hebt niet met opengesperde ogen naar de tv zitten staren tijdens de zomervakantie tijdens het WK in 1998 als kleine bengel, met een pot cornflakes op je schoot. Jij zat als 12-jarige niet op te scheppen bij klasgenoten uit het zesde leerjaar over je plaats in de preminiemen van de lokale voetbalploeg. Jij weet niet hoe het voelt met duizenden medesupporters het veld te bestormen wanneer je denkt dat je ploeg mag meedingen in de UEFA-beker. Jij weet niet hoe groot de kriebels zijn als je ploeg een belangrijke goal maakt en zo de degradatie ontloopt voor dat seizoen. Jij weet niet hoe het is ’s avonds na school topspelers aan het werk te zien in een Europese topmatch en je te herinneren hoe jij ooit ook droomde bij zo’n grote ploeg te mogen spelen. Zo populair te zijn. Zo belangrijk te zijn. Nee, Je weet het niet, en daarom heb ik er ook begrip voor. Maar stop dan alsjeblieft met arrogante, ongenuanceerde commentaar te geven daaromtrent en ga gezellig shoppen met je beste vriendin ofzo. Soms halen de vele voetbalhaters onder de homoseksuele mannelijke populatie en de helft van de wereld (het vrouwelijke deel dus) echt het bloed van onder mijn nagels. En ja, Justine Henin is een strijkplank. Dan maakt het borsthaar van Bart Goor een stuk meer indruk als je het mij vraagt.

Voetbal is magie. Oké, sommige matchen zijn wat saaier en sommige tackles zijn niet om aan te zien. En over het schandalige voetbalgeweld door hooligans begin ik niet, want dat is simpelweg niet goed te praten, maar los van dat alles is het pure magie, en een hele belevenis. Eens het in je bloed zit en je de voetbalmicrobe stevig te pakken hebt, is het moeilijk eraan te weerstaan en wil je matchen zien, op TV en vooral elke zaterdag of zondag in het stadion van je club. Ik was een groot supporter van KCR Harelbeke in de tijd dat ze nog iets betekenden en zelf stevig meedraaiden in eerste klasse (Misschien herinneren sommigen dat zelfs nog wel). Maar het succes steeg hen wat naar het hoofd en nu speelt de ploeg zonder het grote geld in eerste provinciale. Ondertussen begon er iets in me te knagen. Ik miste het voetbal en de sfeer die eraan gekoppeld is. Maar KV Kortrijk speelt terug in eerste klasse vanaf dit seizoen, en zo heb ik eindelijk weer een ploeg. Anderlecht, weze gewaarschuwd (En naar ‘k gehoord heb moeten we het al vrij snel tegen hen opnemen).

Een van de meest positieve aspecten aan voetbal vind ik ongetwijfeld ook het volkse karakter dat de sport al jaren met zich meedraagt. Iedere jongen (of zelfs meisje), van welke leeftijd of klasse dan ook, kan in principe meespelen met de lokale club. Geen al te chic, polarisend gedoe zoals je het vaak bij sporten als tennis of golf ziet, maar een volkssport, een beetje zoals wielrennen of veldrijden. Alle lagen van de bevolking komen ook kijken naar de wedstrijden. €10 of iets meer opzijzetten elke week kan normaal gezien wel en achteraf drinkt iedereen samen een stevige pint of eten ze een ongezonde hamburger, om de overwinning te vieren of het zoveelste verlies door te spoelen. Proximus brengt misschien mensen dichterbij, maar voetbal nog dat tikkeltje meer, denk ik.

Ach, ik heb me misschien iets te veel laten leiden door mijn liefde voor de sport, en ik hoop dat het niet te opgelegd of te ongenuanceerd klinkt, maar ik kan het moeilijk helpen het anders te benaderen. En velen zullen zich kunnen vinden in mijn oordelen, op de personen na die om zoveel weken wel eens de woorden uitspreken bovenaan. Maar ach, die hebben andere, leukere hobbies. En laten we dat maar zo houden.

h1

Essay: spartelen naar volwassenheid.

22 juni, 2008

‘Je wordt echt volwassen’, zegt men wel eens tegen je. Als je na jaren oorlog voeren met tientallen verschillende crèmes het acnémonster overwonnen hebt. Als je ’s ochtends vroeg in bed betrapt wordt door je oudere zus tussen de benen van een blonde, gewillige deerne die je de avond daarvoor op een wild r’n’b-feestje hebt leren kennen. Als je er eigenlijk in slaagt je moeders leven te vatten en blijk kan geven haar te volgen in een gesprek over haar mentale beslommeringen vanaf haar achttiende. Als je zelf bepaalt wanneer het bedtijd is. Of gewoon als je achttien wordt. Want dan mag je stemmen (voor zover dat nog nut heeft dezer dagen), mag je met de auto rijden, mag je in de koffer duiken met wie je wil. Je mag zelfs alleen gaan wonen en je eigen boterham verdienen. Spijtig genoeg is volwassen worden niet zo simpel (meer), en lijken jongeren meer en meer moeite te hebben zichzelf klaar te stomen voor de wildernis der volwassenheid en alle verantwoordelijkheden die daarmee gepaard gaan.

Vroeger was volwassen worden een verplichting. Iets wat automatisch moest gebeuren en waarbij je geen tijd had om erover na te denken. Je mocht er zelfs niet over nadenken. Ik denk dat we allemaal de verhalen van onze grootmoeder of verre tante wel uit het hoofd kennen ondertussen. Na je plechtige communie werd je door je moeder verplicht te gaan werken in een fabriek of bij een hoop nonnen in het klooster. Dat was het minste dat je kon doen om het gezin met tien kinderen boven water te houden, aangezien de enige financiële bron vaak het loon van je vader was, een metser of stukadoor die het moest doen met veel te weinig geld. Van studeren was geen sprake. Je ging werken en werd automatisch volwassen. Je wist hoe hard het leven was, de verantwoordelijkheden die het met zich meebracht, en je was op de leeftijd waarop ik deze tekst schrijf al 5 jaar werkende en mogelijk getrouwd. En als jongen moest je een paar jaar later mogelijk naar het front als soldaat.

Vandaag is de situatie grondig gewijzigd. En gelukkig maar, ik zou me niet eens kunnen inbeelden op te groeien in een vooroorlogse periode, zoals beschreven in de vorige alinea. De generatiekloof lijkt me enorm, en ik kan enkel blijk geven van bewondering voor hun manier van ‘opgroeien’. Maar is het daarom nu echt beter? ik denk het wel. Ik ben er zelfs zeker van, maar de vraag is of dat ons ook helpt in het proces van ouder worden? Vast ook wel. We krijgen enorm veel kansen om ons goed te ontwikkelen, de vraag is eerder of we genoeg karakter hebben om ze met beide handen te grijpen en ons niet laten domineren door de negatieve momenten in de vele puberale ups en downs.

Jongeren moeten ook echt beseffen, willen beseffen, dat ze op jonge leeftijd de funderingen leggen voor hun situatie (en geluk?) later. Met wat geluk of ondernemerschap maak je het misschien toch maar iedereen heeft het bijna letterlijk in mijn kop gehamerd dat studies heel belangrijk zijn, en wie ben ik dan om dat tegen te spreken? De moeilijkheid is eerder het kiezen. Tegenwoordig bestaan er duizenden studiekeuzes over het hele land en moet je beslissen wat en waar je dat gaat dan. Veel jongeren zijn echter onzeker en weten niet wat ze willen. Dit leidt vaak tot vogelpiekkeuzes of keuzes onder het ‘mijn lief gaat daar ook’-motief. Vele jongeren maken het uiteindelijk toch, maar het is ontegensprekelijk dat het niet simpel is keuzes te maken op jonge leeftijd. En dat geldt niet alleen op het vlak van studies. Ook je liefdes- en seksleven, financiële zaken en banale dingen van elke dag dwingen je daartoe, en de luxe van overmaat aan keuze is zo misschien ook wel een negatief punt.

Bovendien zijn vele jongeren nogal verwend dezer dagen. Het Franse ‘pantoufler’ is een werkwoord om de trend aan te duiden waarbij jongeren steeds langer bij hun ouders blijven wonen, soms tot hun vijfentwintigste. Dat is een evolutie, en jongeren weten wel waarom ze het doen. Of ikzelf die weg op wil betwijfel ik ten zeerste, maar het is wel gemakkelijk om luxueus thuis te leven, terwijl jij financieel niets te betalen hebt en je moeder elke dag je boterhammen smeert. Het leven is stilaan duur geworden en om op je eigen poten te staan moet je al heel wat doen, waardoor je mogelijks de tijd voor uitgaan of andere vrije tijd kwijtspeelt. Velen zien wat op tegen het zelfstandige, vrije leven. Want ook dat kan aangenaam zijn, denk ik, en eens je weet dat je het zelfstandig kunt klaren, geeft dat ongetwijfeld genoeg voldoening om ermee door te gaan en ben je gelanceerd om je rest van je leven zelf te leiden. Op een gegeven leeftijd snak je ook gewoon naar zelfstandigheid. Ik heb dat gevoel althans, en ik ben nog steeds maar 18 jaar oud.

Sommige jongeren gedragen zich thans al volwassen en zelfstandig op vrij jonge leeftijd. Ze zijn arrogant en experimenteren vaak al om de haverklap met drugs, seks & rock n’ roll. Ze willen zich afscheiden van hun ouderlijke juk en rebelleren zoveel ze kunnen. Maar zoiets noemt men eerder puberen. Achteraf beseffen velen pas dat ze het thuis verre van slecht hebben en eigenlijk nog niet helemaal volwassen zijn. Het is misschien wel een belangrijk stadium dat jongeren moeten doorspartelen om volwassen te kunnen worden. En gelukkig geraken ze erdoor, want je loopt bij voorkeur mooi in de rij om het te kunnen maken zonder problemen. Zelfdiscipline en motivatie zijn belangrijk, en als die waarden niet in je zitten of je hebt ze simpelweg niet meegekregen van thuis, zal je hard moeten knokken.

‘Ouder worden is treurig, maar volwassen worden is prettig.’ Woorden uit de mond van Brigitte Bardot. Een uitspraak die voor velen opgaat, maar velen, net als ik, beleven het volwassen worden eerder met gemengde gevoelens. De drang naar autonomie kan groot zijn, maar aan de andere kant besef je dat het gemakkelijk is er om jong te zijn, bijna zorgeloos en zonder verantwoordelijkheden, al weet je ook wel dat je ooit de stap moet zetten. En als het gebeurt, gebeurt het voor de meesten gelukkig op een verstandige manier. En als dat niet het geval is, heb je nog het geluk in België te wonen, waar de sociale vangnetten zodanig groot zijn dat je er de Atlantische oceaan mee kan leegvissen. En daar zwemmen heel wat vissen, zowel grote als kleine.

h1

Gewoon ‘ongewoon’.

20 juni, 2008

Iedere stad heeft zo zijn eigen mensen, zijn eigen gewoontes en dus ook zijn eigen sfeer. En dat voel je vooral in een stad die zo’n 130 kilometer van je verwijderd is. Maar voor de liefde verlegt een mens graag zijn grenzen, en in voorbereiding van mijn examens had ik nood aan een namiddag vol zachte lippen, ingefluisterde liefdesverklaringen en puberale opwinding.

Ik was in Leuven, en ik was verdomd blij dat ik er geraakt was. Want daaraan had ik eerlijk gezegd enorm getwijfeld. Voor een keer was ik op tijd opgestaan en was ik op tijd in het station geraakt om mijn te duur ticket te kopen en op de trein te springen. De treinen reden vandaag dus wel, en ik was op tijd, dus er kon niets fout lopen. Of toch? Door ‘werken’ (en ik heb daar al slechte ervaringen mee aangezien ze in mijn thuisstad ook niets anders doen dan ‘werken’) had de trein een vertraging van een halfuurtje, waardoor ik het landschap tussen Gent en Brussel nog nooit zo gedetailleerd heb kunnen bestuderen en aanschouwen.

Een ding wou ik zeker niet: ‘Sex and the city’. Mensen kunnen me misschien een janet vinden, maar dat gaat echt wel te ver. Dan maar een film waarvan ik de titel en de inhoud nu al vergeten ben. Twee dingen weet ik nog: dat ik op bepaalde momenten enorm hard gelachen heb, en dat er meisjes naast me zaten die lachten met mijn accent. ‘Den elletric’. Toch overduidelijk wat dat betekent? En dan was er nog mijn aantreden in de panos. ‘Twee choclakoekn’. ‘Wat, twee appelflappen?’ Ofwel heeft heel Leuven een appelfetisj, ofwel zitten hun oren volgestouwd met vet.

Na de film, waarvan ik een halfuur gemist, omdat iemand naast me het nodig vond me op te geilen gingen we op weg naar het station. Geen wonder dat ik me quasi niets van de films herinner. Hoeft ook niet, ik vond de combinatie van de twee overheersende beelden die dag aangenaam. Dus, de Bondgenotenlaan voor de vijfenzestigste keer, tot we in het station waren, het begin van het einde.

Een nogal uitgewaaid type, ongetwijfeld afkomstig uit een van de maghreblanden, zat me constant aan te gapen, afgewisseld met blikken van ‘ik wil je.’ Meestal zou ik nooit uitpakken met zo’n praat, maar geloof me dat dit een uniek voorval is en ik nog nooit het voorstel heb gekregen om in Brussel van bil te gaan. Want dat vroeg hij, in het Frans. Hij had vast een tocht gemaakt doorheen ‘het land waar alles mogelijk is’. Hij stond waarschijnlijk al uren rond te cirkelen, op zoek naar een fuckbuddy om de avond mee door te brengen. Ben vond me te diplomatisch. Hij vroeg me ‘Tu ne veux pas y aller avec moi? Je connais des clubs de gays et des saunas’. Ik antwoordde : ‘Et ils sont tous nus là bas ?’ waarna ik hem diplomatisch afscheepte door te zeggen dat ik samen was met Ben, die naast me stond. We liepen weg en Ben begon paniekerig te schreeuwen. ‘Nog vijf seconden en ik had in zijn kloten gestampt’. Heerlijk, die Brabantse arrogantie en brutaalheid, al ben ik blij dat ik voor de zachte aanpak gegaan was. ‘Moet ik nu niet gevleid zijn?’ dacht ik maar ik zei het niet aangezien hij non-stop aan het freaken was en het woord ‘pedo’ in de mond nam. ‘In de mond nam’, moet die kerel ook gedacht hebben. Niet vanavond, schat, en zeker niet met mij. Sorry, en succes nog.

Daarmee was de kous nog niet af. Natuurlijk had ik toen mijn trein al gemist, en ook mijn volgende zou ik missen, om op de oude markt in het rockcafé lastig gevallen te worden door een vent die zodanig dronken was dat hij het verschil tussen het Atomium en de Eifeltoren nooit meer zou opmerken. Hij vond Ben lekker, maar stelde niet voor elkaar af te zuigen in een sauna in Brussel. Gelukkig maar, of ik had zijn pils afgenomen, de klootzak. Hij werd op straat gegooid en op zo’n moment dacht ik echt van ‘wat doe ik hier in godsnaam nog?’ Ik kon het nauwelijks nog aanzien. ‘Kom Ben, we gaan.’ En dat deden we, terug op weg naar het station, wederom doorheen de Bondgenotenlaan.

Je kan veel zeggen, maar het was op z’n minst en avontuur, en dat in een wereld van dagelijkse sleur. Op de trein dacht ik, mezelf wentelend in mijn typische melancholische stijl, aan de dag terug. Een glimlach bij de meisjes op de bank, die zo nodig moesten reageren als het over ‘ballen afsnijden’ ging. En natuurlijk aan Ben, een van de weinige jongens van wie ik ooit echt gehouden heb. Een week later was het tijd voor een sprookje die avond, met een elfje en een schaapje in de hoofdrol. Ik huiverde en had een nachtmerrie die nacht. Het startschot voor ‘Pornography’ en een nieuw pakje sigaretten.

“Scarred
Your back was turned
Curled like an embryo
Take another face
You will be kissed again
I was cold as I mouthed the words
And crawled across the mirror

I wait
Await the next breath
Your name
Like ice into my heart

A shallow grave
A monument to the ruined age
Ice in my eyes
And eyes like ice don’t move
Screaming at the moon
Another past time

Your name
Like ice into my heart

Everything as cold as life
Can no-one save you?
Everything
As cold as silence
And you will never say a word

Your name
Like ice into my heart”

h1

Bedrog, maar wel amusant.

14 mei, 2008

‘Wie heb ik aan de lijn?’

‘Een stoplicht!’

En dan vragen mensen me waarom ik in godsnaam enkele van mijn nachten durf vullen met de zogenaamde bedrogindustrie, belspelletjes op de commerciële zenders die op de meest foute uren worden uitgezonden, maar toch dagelijks duizenden mensen lokken.

Ik moet het eerlijk toegeven: ik heb ooit gebeld naar zo’n 0903-nummer. In het midden van een financiële crisis, uit pure wanhoop. In de eerste plaats werd ik natuurlijk niet aanvaard en was de lijn toevallig niet vrij toen ik net belde, achteraf bleek ook dat ik niet voor zo’n €2000 speelde, maar dat het om zo’n jackpotbedrag ging, terwijl men een kwartier geleden nog spelde voor €1000 vaste prijs. Pure verontwaardiging. Daarmee win je misschien zo’n €300 als je geluk hebt. En zelfs dat had ik niet. Ik legde gefrustreerd mijn telefoon neer en besliste dat dit de eerste en de laatste keer was. En tot op vandaag heb ik dat nog steeds volgehouden.

Ik kijk nu en dan nog eens voor de amusementswaarde, de humoristische factor die achter het hele gebeuren schuilt. Eerder zich openbaart: want vaak ligt het er vingerdik op dat je te maken hebt met enorm domme kandidaten die soms antwoorden geven die niet kunnen of reageren zoals in mijn kleine openingsconversatie. Dat ging om een zoveelste bordspel waarbij je verborgen antwoorden moest zoeken aan de hand van de vraag: ‘Wat zit er in een auto?’ (Als je dat nog niet doorhad ondertussen…)

Grappig zijn vaak ook de presentatoren. Gino, één van de binken van KANAALTWEE (of 2BE), die zo overdreven opgaat in het hele gebeuren dat het helemaal niet meer spontaan overkomt. Verkleed in outfits waar zelfs ‘The Village People’ jaloers op zouden zijn praat hij het programma aan elkaar. Heel erg doorzichtig ook hoe hij bijna van zijn stokje valt bij het steeds verhogen van de prijs, gewoon om tijd te rekken, meer bellers te lokken en dus ook meer geld te verdienen. Ach, zijn boterham zal wel smaken als hij met een kleine honger thuiskomt na zo’n nachtje zwoegend komedie spelen. (Want van water alleen kan je moeilijk leven…) ‘Is er dan echt NIEMAND die me dit antwoord wil of kan komen vertellen? Iedereen slaapt, denk ik’, terwijl de teller op z’n 100 mensen per minuut staat.

De presentatrices hebben anders ook een groot aandeel in de hilariteit. Ik wil ze geen TV-hoer noemen, maar volgens mij plukken ze genoeg geile grijsaards van de straat om de omzet van het schipperskwartier in Antwerpen met zo’n 50% te doen afnemen. Steeds breed glimlachend, steeds met een lichte vorm van erotiek in dat stemmetje. Het gegrijns bij elke flauwe mop die ‘de regie’ haar toefluistert doorheen de show. Het meest opvallende is echter de borstomvang van de jonge vrouwen, meer dan goed uitgebeeld in het scherm. Hun decolleté wordt zonder enige vorm van schaamte tentoongesteld in de meest nauwe jurkjes. Ach, stiekem hebben we het graag, zeker? De beller uit het filmpje hieronder in ieder geval wel.

Een iets staat vast: het is bedrog. Amusant bedrog, maar bedrog. Op http://belspelletjes.50webs.org/ staan honderden voorbeelden van opvallende of ook sluwe manieren om iemand te kunnen misleiden of simpelweg te bedriegen. Denk maar aan het verwisselen van enveloppen, het niet goedkeuren van een later juist blijkend antwoord, het uitvinden van onmogelijke antwoorden, misleidende tips, geknoei met het bord of de opgave…

Uiteindelijk kunnen we gelukkig nog lachen. Ooit zocht men beroepen met een K en kreeg de nogal dom overkomende presentatrice de volle laag van vele deelnemers die puur belden om ze uit te lachen: ‘Euh, kaka.’ ‘Kakwijf?’ Of je kan ook gewoon zeggen bij diezelfde opgave met de letter S: ‘Wel, ik moest aan u denken en dan kwam het woord ‘Sloerie’ in me op.’ Belspelletjes presenteren, een ware hondenstiel.

h1

Panic at the Disco - Pretty. Odd.

25 maart, 2008

Pretty. Odd.

“Oh, how it’s been so long
We’re so sorry we’ve been gone
We were busy writing songs for
you!”

Zo verwelkomen de fanfareknapen en emorockers van ‘Panic At The Disco’ ons op het geluid van hun nieuwe album: ‘Pretty. Odd.’. Of mag ik hen zo niet meer beschrijven? Ze hebben hun uitroepteken laten vallen, om duidelijk te maken dat ze grote jongens geworden zijn en nu ‘serieuze’ muziek maken. Kunnen we ze serieus nemen? Nog steeds niet, al is de muziek wel geëvolueerd. Vanaf het eerste nummer had ik door dat ik niet naar een tweede ‘A Fever’ aan het luisteren was. En maar goed ook. Dat album had zijn charmes en enkele sterke nummers, maar na drie jaar had ik maar weinig zin in een kopie. En zo zit ik klaar voor wat waarschijnlijk terug een van de meest controversiële platen van het jaar moet worden.

De onvermijdelijke eerste single doet ons nog het meest denken aan ‘A Fever You Can’t Sweat Out’. Het nummer zit er van de eerste zin knal op en zal ongetwijfeld oude tienerfans behagen, met een catchy refrein en het gekende meezinggehalte. De clip toont Urie op zijn schattigst in pyjama en mondt uit in een circusensemble die de straten onveilig maakt. Je krijgt zin om de rest van het album te luisteren, al was ik er achteraf van overtuigd dat het nummer het enige is met een groot hitpotentieel. ‘She’s a handsome woman’ begint met een aanstekelijk gitaarrif die een band als ‘Hard-Fi’ graag zelf had geschreven. Het is een van de mooiste nummers op het album, zeker qua melodie, en Urie’s stem klinkt op zijn best. Een gematigde rocker van formaat met singleallures. Het album blijft boeien met ‘Do You Know What I’m Seeing?’. Met een dreigende intro begeeft het nummer zich al snel op het gebied van ‘The Smiths’. Het benadert qua gevoelswaarde veel nummers van hen als ‘Heaven Knows I’m Miserable Now’ of ‘Girlfriend in a Coma’, en ergens wens je dat Morrissey kon inpikken om het refrein te zingen dat hij had kunnen geschreven hebben. Het nummer typeert het album: pakken minder explosief.

‘I Have Friends In Holy Places’ klinkt als een combinatie van Ricky Martin en Johnny Cash na iets te veel scotch en vooral de outtro valt op, die het volgende resem aan dromerige ballades inluidt. Die eerste is het lyrisch sterke ‘Northern Downpour’ en is eigenlijk meteen de beste. Het ademt ergens de sfeer van een nummer à la ‘Hey There Delilah’. Ook hier klinkt Urie goed en zelfverzekerd, alsof hij al altijd zulke nummers wilde maken maar nog niet kon of niet durfde. Het nummer is, net als vele andere verder op het album, een regelrechte stijlbreuk met het eerste album. Het uitroepteken mag dan verdwenen zijn, als je luistert wordt het nog duidelijker waarom. Het album heeft niet hetzelfde snelle tempo als hun eerste en mist wat kracht en meezingbaarheid. De band is er blijkbaar toch in geslaagd uit te zweten. ‘Pas de Cheval’ heeft nog wel iets catchy in zich, en de korte gitaarsolo naar het einde van het nummer doet deugd, maar het tweede deel van het album is ronduit te matig om echt nog met volle aandacht te luisteren. Het album duurt eigenlijk iets te lang, en nummers als ‘The Piano Knows Something I Don’t Know’ en ‘She Had The World’ hadden beter als b-sides gediend, om zo het album wat korter en meer verteerbaar te maken.

Eigenlijk kan het album het best omschreven worden als een flashback naar de jaren ’60. Het klinkt als een kitscherig aftreksel van ‘The Beatles’. Een nummer als ‘Behind the Sea’ verwijst zo duidelijk naar de psychedelische pop van de grootste band aller tijden dat zelfs mijn moeder dat zou kunnen opmerken. ‘From A Mountain In The Middle Of The Cabins’ is nog zo’n voorbeeld, die ons tenslotte bij het laatste nummer, ‘Mad as Rabbits’, brengt. Een opluchting. Het nummer begint met blazers die doen denken aan ‘There’s A Good Reason…’ maar wat minder uptempo. De gitaren dwepen op de achtergrond en het is goed dat ook Ryan de kans heeft gekregen als zanger, want hij klinkt, zeker samen met Brandon, erg sterk.

Dit album zal hoogstwaarschijnlijk meer mensen behagen dan ‘A Fever’. Tussen de puberale meisjes met eyeliner staan nu misschien ook wat dertigers en veertigers die tegen elkaar met enig gevoel van nostalgie en gefronste wenkbrauwen  ‘The Beatles hebben toch een gigantische invloed gehad, he’ fluisteren. Het album, zeker de eerste vijf nummers, is eigenlijk niet slecht, al duurt het wat lang en luister ik ook met een zeker gevoel van nostalgie. Een dubbel gevoel, want wat kon ik ook genieten van een nummer als ‘Build God, Then We’ll Talk’, dat hier duidelijk niet opstaat.  Maar ach, de band is uitgezweet, en velen zullen daar niet om malen.

Verdict: 6,7/10

h1

Een avond vol geschreeuw.

28 februari, 2008

In de verte hoorde ik mensen schreeuwen.

‘Vast afkomstig uit Café Tempeliers’ zei ik al lachend tegen Lisa. Tempeliers, een café in hartje Kortrijk waar mensen na 23u op de tafels staan dansen of elkaar in hevige razernij door het raam gooien. Althans, die reputatie heeft het café (En de daaromliggende kroegen). Ik kreeg zin om op ontdekking te gaan en te zien of ik werkelijk ooggetuige zou zijn van dergelijke taferelen, maar het was relatief rustig in het bruine cafeetje. Enkele mannen, vermoedelijk in hun midlifecrisis, zaten aan de toog veel te straf spul te drinken en rookwaren te nuttigen. En daar bleef het bij. Lisa greep m’n hand vast en aan een gezapig tempo liepen we verder in de richting van het haast oorverdovende geschreeuw.

Wat bleek? Stefaan De Clerck, burgemeester van Kortrijk, had beslist de bewoners van de stad een plezier te doen en de wedstrijd die Kortrijk die avond speelde tegen AA Gent live uit te zenden. Een mooi gebaar, en blijkbaar was de opkomst in die mate dat de helft van Kortrijk op zijn grondvesten daverde. En dat deed het al, met de (letterlijk en figuurlijk) slopende werking voor het bouwen van het nieuwe winkelcentrum. De hele grote markt stond vol supporters om hun ploeg aan te moedigen. Spijtig genoeg kon ik niet blijven. Meisjes (dé meeste toch, voor ik hier tegen iemands schenen schop) zijn namelijk weinig geïnteresseerd in voetbal, en ik ging met haar mee naar het station om achteraf in mijn warme zetel de match van Cercle te volgen.

KVK Fans

De uitkomst voor ‘de vk’ was echter dramatisch. De regel dat voetbal écht onvoorspelbaar kan zijn werd nog maar eens bevestigd. Gent kon de onverhoopte 5-1 achterstand uit de heenwedstrijd goedmaken door voetbalwonder Ruiz en doelpuntenmakers als Maric en Ljubijankic, die luttele seconden voor het einde de 4-0 binnenknalde. Zo werden voetbalwetten nog maar eens gerespecteerd. ‘De grootste ploeg moet altijd winnen’, en zo was het vandaag ook weer. Spijtig genoeg konden enkele supporters zich hier niet bij neerleggen en werd centrum Kortrijk een half slagveld. Ergens spijtig dat Kortrijk supporters zo radicaal zijn: autoramen werden ingeslagen en de geluidsinstallatie van het scherm werd vernietigd (En zo’n zaken kosten naar mijn vermoeden heel veel geld). Wie weet wordt dit de enige en laatste keer voetbal op de grote markt, en zo is 98% van Kortrijk het slachtoffer van enkele relschoppers, die zich de koning van de wereld voelen en het zich willen permitteren even de anarchist uit te hangen. De frustratie kan groot zijn, maar om het op die manier te uiten is wel erg laag.

Nfor deelde klappen uit aan Gentse spelers die dag, maar deelde ook een klap uit aan Kortrijk zelf. De ploeg én de stad. Het was het keerpunt van de wedstrijd, en het keerpunt van de vreugde op het thuisfront. Want plots verdween de Kortrijkse bekerdroom als sneeuw voor de zon, en was het enige waar mensen vanaf die moment weer konden denken het ploeteren in de modder door de vele werken. Het spandoek in de Zwevegemstraat zegt genoeg. Een nieuwe veldrit in Kortrijk is misschien een goed idee om mensen terug tevreden te stemmen?

Spandoek modder.

En zo werd er die nacht waarschijnlijk toch gevochten in café Tempeliers, met enkele kapotte stoelen in het midden van de straat tot gevolg.

h1

“Happy Ending.”

27 februari, 2008

‘Alsof ik in volle jolijt enkele champagneflessen heb ontkurkt.’

Vrij pijnlijk als je voor het eerst terug met je ex praat nadat de relatie abrupt moest eindigen. Je kan het vergelijken met een middeleeuws zeegevecht tussen twee grootmachten die elkaar helemaal van buiten kennen en zelfs respecteren, maar er toch niet voor terugdeinzen de kannonen boven te halen en elkaar zo proberen naar de bodem van de oceaan te knallen. Vreemd genoeg is het een gesprek dat ALTIJD moet plaatsvinden. Dat hoort zo. Zo niet kan je onmogelijk met elkaar verder, zelfs een oppervlakkige vriendschap zou dan mogelijk te veel kunnen zijn. Je moet gewoon de mogelijkheid hebben te vertellen over ergernissen die je gevoeld hebt ten aanzien van elkaar. Je somt ze vluchtig of uitgebreid op, de andere verdedigt en doet hetzelfde, en pas achteraf krijg je soms nog flarden van vurige liefde, al was het maar omdat je tussen al die ergernissen door ook wel met de vele mooie, spannende en opwindende momenten in je achterhoofd zit. En ergens weet je wel dat je die momenten hard, heel hard zal missen.

Enorm frustrerend eigenlijk, hoe vluchtig het leven blijkt te zijn. Als je jong bent zijn er klaarblijkelijk weinig zekerheden. Je hebt een goed lief, vele vrienden, een fijne klas en een half jaar later zit je alleen thuis en zit je lief, ondertussen je ex, met iemand anders (en beter?) te vrijen op dezelfde bank waar je zelf ooit zat te liefkozen. Wat is de waarde dan nog van een relatie? Is het allemaal wel de moeite waard? De eerste dagen na de breuk had ik echt een ‘het kan me gestolen worden’-mentaliteit. Ik wou in de verste verte geen ‘nieuwe kandidaten’ ontvangen. En dat gevoel heb ik nog, enkel wat afgezwakt. Nu, genoeg zieligheid voor een bericht. Of niet?

Gisteren deden we terug normaal tegen elkaar op MSN (of moet ik ‘Live Messenger’ zeggen?). Het was enorm raar eerst, voor ons beiden denk ik. Naweeën zijn nooit aangenaam, maar we weten allemaal dat ook die snel verdwijnen en je vervolgens jezelf normaal gezien weer lekker kunt nestelen in de dagelijkse sleur. Nu nog die postnatale depressie vermijden.

Via Mika misschien?

Nee. Happy Ending.

 “Wake up in the morning, stumble on my life
Can’t get no love without sacrifice
If anything should happen, I guess I wish you well
A little bit of heaven, but a little bit of hell.”

h1

Jezelf doorgronden? Over mezelf.

23 februari, 2008

‘Ik snap je niet. Na al die maanden snap ik je nog altijd niet.’

Ik denk dat ik wel te doorgronden ben. De ene is er gewoon beter in dan de ander. In een poging om mezelf (voor een klein deel) te doorgronden en onder het motto ‘zelfkennis is het van alle wijsheid’, zal ik mezelf even voorstellen. De basisgegevens, en vast ook wat onnodige details.

Ik ben dus Simon. ‘Sylvère’ (let op de ‘accent grave’, anders krijg je een heel vreemde uitspraak) is mijn tweede naam, genoemd naar mijn grootvader, die reeds meer dan 30 jaar op het kerkhof ligt. Hij was een metser. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Kun je enkel bewondering voor hebben. Ik ben geboren in 1989 en ben momenteel nog 18 jaar. Een gezegende leeftijd, want ik mocht bijvoorbeeld gaan stemmen. Ik woon in het ‘Texas van Vlaanderen’, waar de zogenaamde leiepissers ’s nachts langs de straten kuieren om verhalen te vertellen over vergane glorie in ‘hun stad’. Kortrijk dus, in het zuiden van West-Vlaanderen. (South-Side rules, obviously..)

Kortrijk is ook de stad waar ik naar school ga. Néé, ik doe nog geen hogere studies. De puberale ups en downs werden me stilaan te veel naargelang de zes jaren middelbaar onderwijs vorderden en ik ‘struikelde bij de meet’, zoals mensen dat dan zeggen. Vandaar dat ik mijn zesde jaar nu opnieuw doe, meerbepaald de richting ‘Moderne Talen – Wetenschappen’, een mix van magnetisme, redoxreacties, Oscar Wilde, de Medea-legende, hormonale cycli en meer van dat. En ja, het is interessant! Wat al dat humane gespuis er ook mag of wil van denken.

Nog wat interessante weetjes misschien? Ik heb bruin haar en bruine ogen, heb steeds geld tekort, ik heb geen allstars en draag bijgevolg originele schoenen, ik ga elk jaar naar Werchter, ik zit op duizenden profielsites (zoek maar eens als je je verveelt), ik rook (meestal NEXT, sinds ‘k ik, zoals ik al zei, steeds geld tekort heb), ik ben biseksueel, ik ben voor het behoud van belgië (een uitgebreider lijstje met dergelijke weetjes komt later misschien nog) en om af te ronden, nog twee cijfers: 187 cm en 66 kg.