h1

(Maatschappelijke?) verontwaardiging. (1)

18 mei, 2009

Over het algemeen kan ik me vrij gedeisd houden als ik aanschouw wat er zoal gebeurt in de wereld. Eigenlijk is België ondanks zijn oppervlakte als podium al groot genoeg om voor te zitten in een comfortabele zetel en met argusogen te volgen. Honderden acteurs, de ene prominenter aanwezig dan de andere, en rond het podium een massa mensen die het aanschouwen, ‘ns lonken of passeren naar een leuker (of rustiger) deel van een stad vol entertainment. Maar soms stoot iets me zwaar tegen de borst, en voel ik de temperatuur van m’n bloed gevoelig stijgen. Een gevoel van onbegrip. Een gevoel van onmacht. Een gevoel van frustratie. Rond Koen Aurousseau (de sm-rechter, weet je wel), rond Yannick Houbben (de zogezegde Kim de Gelder look-a-like, weet je wel) en het Rode Kruis ‘(die hulporganisatie, weet je wel).

Ik was naar Phara, de talkshow op Canvas, aan het kijken die avond. Centrale gast was Koen Arrousseau, en ik had al snel door dat het om gevoelige materie ging. Hij zag er gekraakt en gebroken uit, oud, vermoeid en deed zijn best om zijn verhaal te doen. Hij beantwoordde zelfs enkele vragen met tranen in de ogen. Hij vertelde over een incident van 10 jaar geleden. Over hoe hij veroordeeld werd omdat zijn vrouw en hij samen aan S&M deden.

Ik was geschokt en vond het een schande dat die man gestraft werd ondanks zijn goeie bedoelingen. Want dat was zo volgens hem, en volgens zijn vrouw, die ondanks haar herhaaldelijke getuigenissen, die inhielden dat zij effectief vroeg om de pijn, niet (echt) gehoord werd door het gerecht. Blijkbaar ging het meer om een afrekening onder magistraten dan om een eerlijk proces. “Mijn vrouw was de dag nadien nooit werkonbekwaam” verklaarde Aurousseau in het programma, en je zag dat hij het meende.

Ik vroeg me af hoe zijn speciale voorkeuren op seksueel vlak, die hij in privé-omstandigheden (en in speciale clubs) beleefde, ooit een effect konden hebben op z’n correcte en rechtvaardige benadering van zijn werk als rechter. Ga je omdat je aan sm doet een vader die zijn kind martelt of een oude man die zijn hond dagelijks slaat met een stok daarom niet of minder zwaar straffen? Ik dacht het niet. De enigen die niet ‘menswaardig’ en correct gehandeld hebben zijn de magistraten zelf die hem een straf oplegden. “Ja, maar, ten tijde van de zaak Dutroux lag dat gevoelig.” Dan zijn ZIJ beïnvloedbaar en doen zij hun werk niet goed. Een scheidsrechter met een geheugen is een slechte scheidsrechter. Als heel het stadion schreeuwt om een penalty maar de speler speelde de bal, moet de scheidsrechter geen penalty geven. Punt, andere lijn.

Het verhaal van Yannick Houbben is er ook een om razend van te worden. De jongen werd ontslagen uit kinderdagverblijf ‘De Mereltjes’ omdat hij na de schokkende feiten in Dendermonde een t-shirt van de band Kiss droeg. Het ongeluk wil dat het t-shirt deed denken aan de foute berichtgeving in de media, die luidde dat Kim de Gelders gezicht, dader van de feiten, zwart en wit geverfd was. Deze mediablunder zorgde voor het ontslag van deze jongeman, die zich van geen kwaad bewust was.

Een vader die zijn kind kwam halen had gedreigd zijn kind niet meer terug te brengen naar het verblijf de dag nadien als Yannick er nog steeds werkte. In plaats van de naïeve, noem het zelfs idiote, vader op zijn plaats te zetten en duidelijk te maken dat Yannick een stagiair is als een ander die van kinderen houdt maar, verschillend van de anderen neem ‘k aan, fan is van metalbands en dat ook uitdrukt, beslist het dagverblijf de jongeman met directe ingang te ontslaan. Zo zie je maar dat het gezond verstand dezer dagen nog maar weinig spreekt bij veel mensen: iemand afschilderen als een psychopaat op basis van een foute vergelijking, en vooral, een fout mediabericht.

Dat is natuurlijk enorm gevaarlijk. Stel je voor dat iedereen die lijkt op Marc Dutroux of Josef Fritzl ontslagen of zelf uitgesloten wordt in onze maatschappij puur op basis van uiterlijke gelijkenis. Als je op die gedachte begint te hinken, kom je al snel terug bij de gedachtegang van de nazi’s, en ik neem aan dat we het erover eens zijn dat die niet de juiste is?

Een tussenoplossing was thans ook mogelijk geweest. Mocht men Yannick duidelijk gemaakt hebben dat sommigen mogelijk aanstoot nemen aan dergelijke t-shirt en hij die beter thuisliet, had hij dat ongetwijfeld gedaan. Maar neen, men moest weer radicale beslissingen nemen. En dan noemen ze België ‘het land van het compromis’.

Het Rode Kruis tenslotte heeft me iets minder kwaad gemaakt, maar toch ook genoeg om er iets over te zeggen. Ik zit namelijk aan de KULAK, afdeling van de KUL in Kortrijk, waar geregeld bloed ingezameld wordt van jonge mensen om zo, neem ‘k aan, oudere mensen, of mensen die uit een zwaar ongeval komen, te helpen in nood.

Bij elke bloedinzameling kreeg ik een e-mail waarin ik vrij sterk aangemaand werd om bloed te geven. Een zwaar charmeoffensief, een pamflet van jewelste om je toch te kunnen overtuigen en over de streep te trekken om het effectief te doen. Oké, maar dan vermelden ze ook beter in de mail dat niet iedereen bloed mag geven. Want eens ik zag wat de criteria waren om bloed te MOGEN geven viel ik direct uit de boot.

Men moet zeker opletten met bloed; het moet gezond bloed zijn, maar dat men dat tenminste deftige informatie versterkt. Overigens spijtig dat de criteria zo streng zijn. Alsof het bloed na afname niet getest wordt voor het in de ziekenhuizen terecht komt. Men zegt vaak dat men bloed te kort heeft, maar als men zo streng is en alle homo-, bi-, of ‘nieuwsgierige’ mannen geen bloed mogen geven, is het logisch dat er nijpende tekorten aan zitten te komen. Ik zou het discriminatie durven noemen. Hetero’s kunnen voor zover ik weet ook nog steeds aids krijgen. Of nee, het is allemaal de schuld van de homo’s. Met hun vuile anale seks en hun sekskelders en darkrooms enz.

En dan heb ‘k het nog niet eens gehad over de leerkracht die een van z’n leerlingen letterlijk mishandelde, de groeiende homofobie en het gebruik van het woord kanker. Moeder, waarom leven wij?

h1

(Zelf)respect, Fall Out Boy!?

10 november, 2008

What the hell happened to Rock & Roll?
Eyeliner, Energy Drinks, and No Guitar Solos?
I’ve taken sh**s with bigger Rockstars in them.

Hiermee heeft Fall Out Boy definitief mijn respect herwonnen. Dat hadden ze wat verloren na Infinity on High en hun vrij uitgekookte, flauwe concert op Pukkelpop vorig jaar. Al lag dat waarschijnlijk eerder aan het publiek. De clichés lijken namelijk grotendeels te kloppen. Wannabe-emo-meisjes van 14 tot 18 die vooraan staan te freaken, wachtend op ‘hun’ band. Het hek was helemaal van de dam toen Pete Wentz, ik geloof dat het tijdens Saterday was, in het publiek kwam en een horde mensen tegen het hek ging plakken om zo met hun arm hem heel eventjes te kunnen aanraken. Fall Out Boy speelde ook Beat It, een cover van ‘The King of Pop’, met weinig verve. En toch was uitgerekend dat nummer een van de hoogtepunten uit de setlist. Iedereen kon meezingen en het is vrij speciaal een Michael Jackson-nummer te horen op een festival.

We zijn echter alweer een jaar verder en Fall Out Boy heeft nog maar eens een single uitgebracht die qua catchiness Thnks Fr Th Mmrs benadert. I Don’t Care vond ik eerst niet veel soeps, maar intussen leg ik het elke dag op en verlang ik meer en meer naar het nieuwe album, Folie à Deux (een Franse titel, verdomme), dat in december uitkomt. Een From under the Cork Tree mogen we vast niet verwachten, maar hopelijk loont het toch de moeite tijd te steken in de plaat.

Wat I Don’t Care zo speciaal maakt is de eerste halve minuut. De zinnetjes bovenaan geven blijk van een band die zichzelf kan relativeren, niet schuw voor vormen van zelfspot. Geen arrogantie die vele rockbands daarentegen wel in zich hebben. alsof ze zich de keizer van de hele wereld voelen. Fall Out Boy zal nooit m’n favoriete band worden, maar ik zal ze in ieder geval altijd beter vinden dan Panic at the Disco, tenzij die plots een geniale plaat zouden uitbrengen, maar dat verwacht ik in de verste verte niet.

h1

Bloc Party – Intimacy

6 november, 2008

Bloc Party - Intimacy

Bloc Party is héél snel héél groot geworden. Toen ik als zestienjarige knaap op Werchter in de Marquee stond, met mijn broek vol modder en mijn haar vol frietvet, was de band voor mij al meer dan de ‘grijze massa’ die er sinds lange tijd bestaat in Groot-Brittanië. Ze rijden weliswaar allen gewillig mee op de golven der herwaarding van de post-punkbeweging en dan vooral onder invloed van een band als The Strokes of The Libertines , die een invloedrijke, frisse maar verdomd krachtige wind over het Britse eiland lieten waaien, en Bloc Party was een van die weinige bands die echt het verschil kon maken, zo bleek. Hoe kon je ook niet van hen houden? Helicopter en Banquet waren nummers die je maag overhoop gooiden, This Modern Love en So Here We Are raakten je, al was het door de tekst, als een storm van zachtheid, in het oog van een orkaan genaamd Silent Alarm, en het magistrale Pioneers maakte het album op zich essentieel voor elke rockziel in 2005. Doe daar wat sterke live concerten bij en de adoratiefactor van zanger Kele en Bloc Party werd groot voor ze het echt goed beseften.

De tijden zijn echter veranderd: de band is zich bewust van hun status en is intussen bezig met zichzelf te herontdekken, met hun fans een andere kant te laten zien. In tegenstelling tot het verleden proberen meer en meer bands zichzelf te vernieuwen, te experimenteren, al was het maar om het allemaal wat interessant te houden. Want welke band wil tegenwoordig 30 jaar exact dezelfde muziek maken. Het enige waarvoor ik vreesde, net als vele anderen, is de nieuwe richting die Bloc Party zou uitstippelen. ‘Flux’ was een voorbode voor wat komen zou en velen vreesden een kitscherig electrorockexperiment dat kwalitatief Silent Alarm nooit kon evenaren. Een paar maanden later was het zover: Intimacy.

Terwijl Flux nog een aangename single was en de gitaren naar het einde van het nummer als een pijl door mijn hart schoten en me zin deden kregen in een moderne post-rockplaat, zo was het bij Mercuy, de single die Intimacy voorafging, helemaal anders. Het klonk nog minder als de Bloc Party die we kenden en hoewel ik dat had verwacht, kon het nummer nooit groeien. Het klonk als een hutsepot van ideeën dat resulteerde in een irritante single die me weinig tot niets deed. Als ik high ben zou ik me er misschien rot op amuseren, maar op zich klonk de single niet al te best.

De plaat is in de pers vaak vergeleken met de waanzinnige ommezwaai getiteld Kid A door Radiohead, maar zo ver gaat Bloc Party écht niet, net als Coldplay vroeger dit jaar trouwens. De band behoudt zijn fundamenten maar giet eerder een elektronische saus over z’n gepeperd vlees dat een band als Goose wel zou kunnen smaken. Dat kan je gemakkelijk staven met nummers als ‘Halo’ en ‘One Month Off’: beiden zijn rocksongs die de populaire singles van Silent Alarm of een nummers als Hunting for Witches achterna gaan, hetzij met iets minder verve. De hoekige gitaarriffs zijn er nog steeds, ze worden gewoon wat anders uitgewerkt, klinken rauw en sommigen zouden zelfs zeggen ‘ondergeproducet’ of onafgewerkt. Je kan je de vraag stellen of de band niet te snel met een nieuw album is komen opdraven en ze niet beter gebroed hadden op andere nummers, maar zoals reeds gezegd: ze wilden het fris houden, en als bands als The Smiths en The Beatles het kunnen moet ons dat ook lukken, zullen ze gedacht hebben.

Het grootste probleem, voor mij persoonlijk, is het tekort aan sfeer na ‘A Weekend in the City’, dat sinds de release quasi de cultstatus bereikt heeft. Minder geliefd dan Silent Alarm, maar met overschot het meest pakkende, sfeervolle en bijna dramatische album van hen. Het album was verfijnd, dromerig, geïnspireerd, volwassen en was de Bloc Party waar ik ze wou hebben, met nummers als ‘I Still Remember’, ‘Sunday’ en ‘SRXT’, waar zelfs Liam Gallagher een kwartier als een kind door ligt te wenen in bed. ‘Intimacy’ heeft weinig gelijkaardige momenten, behalve met Signs, met overschot het beste nummer van het album. Het nummer is een regelrechte dromerige tranentrekker. “At your funeral I was so upset. So upset, so upset. In your life you were larger than this. Statue-statuesque.” Noem de lyrics zielig, het klinkt 100% gemeend en gaat door merg en been. Het kippenvelmoment van de plaat.

De volledige tweede helft van de plaat is eigenlijk stukken beter dan de teleurstellende eerste, ondanks het dreigend mooie en verrassende begin van Ares. Kele blijft een heerlijke stem hebben, al komt die spijtig genoeg wat minder uit de verf en zijn de eerste 4-5 nummers, ondanks de catchy beats en hoekige gitaarriffs niet overtuigend genoeg naar de normen die Bloc Party zichzelf ooit oplegde. De tweede helft is dus beter, met het toegevoegde Talons, dat wel beter het midden weet te houden tussen de oude en de nieuwe Bloc Party. “And when it comes it will feel like a kiss.” Er gaat een zekere dreiging uit van het nummer, zowel tekstueel als instrumentaal, en tilt het album, samen met Better than Heaven, naar een hoger niveau. Die laatste lijkt op zich niet zo speciaal, was het niet dat de laatste minuut het nummer tot tweede hoogtepunt kroont. Lissack op zijn best, met een slepende gitaar die stilaan naar een ontwapenende climax bouwt.

“War, war, war, war” zijn de eerste woorden van Kele op Intimacy, al interpreteer je het aanvankelijk eerder als “Wow, wow, wow, wow.” De eerste luisterbeurt is een regelrechte mokerslag en zet je als luisteraar terug op je plaats. Je krijgt enkel zin om het een paar keer te herbeluisteren en de nieuwe richting van Bloc Party te leren appreciëren, hoewel ik het er tot op vandaag nog steeds moeilijk mee heb. Het klinkt beter na zekere tijd, dat niet, maar overtuigt me en raakt me nog steeds niet in de mate dat A Weekend in the City dat wel deed. En ik ben niet de enige die twijfelt of Bloc Party de juiste weg is ingeslagen. Maar kunnen we ze het kwalijk nemen? Waarschijnlijk niet. Het album raakt stilaan verteerd en de hoogtepunten doen je vaak teruggrijpen naar het album, en als dat niet lukt kan je nog steeds op de dansvloer gaan staan met grote delen van de rest van het album. Nu nog horen hoe alles live klinkt in de AB, en dat de dag voor Valentijn. Wie weet is de liefde dan compleet herwonnen en schrijf ik hen een poëtische liefdesverklaring?

Verdict: 6,6/10

h1

De weg naar Rome.

17 oktober, 2008

Gevoelens kunnen speciaal zijn. Sommige ervan maakte je al meermaals mee in je leven en zijn bekend, maar toch nog ‘fris’ genoeg op het moment zelf dat ze speciaal blijven: kriebels in je buik, doldwaze verliefdheid (al dan niet op het eerste gezicht), innige vriendschap, opluchting of wederzijds begrip. Pure melancholie aan de andere kant, het ondraaglijke gevoel van onmacht, van wereldvreemdheid. Al deze gevoelens maken het leven interessant, en maken je misschien ook wel echt tot een mens van vlees en bloed.

Er zijn echter ook onbeschrijfbare gevoelens. Gevoelens die je niet kan plaatsen. Het was ’s avonds, vrij laat waarschijnlijk, op de enige plek in Kortrijk waar je nog iets van leven kon bemerken. Enkele meters daar vandaan, aan de rand van de fontein waarvan het water nog steeds lichtjes roze kleurde. Zoiets noemen ze kunst. Artistiek kunnen omgaan met basismiddelen, met de essentie van alle leven. Esthetisch verantwoord.

En toen stelde ik haar de vraag, in een moment van nieuwsgierigheid en vertwijfeling.

“He, heb jij soms ook dat gevoel?”
“Welk gevoel?”

Veel kon ik op dat moment niet verzinnen. “Ik kan het moeilijk uitleggen.” Maar ik probeerde het toch. “Het is alsof… de hele wereld en het hele hemelgewelf op je schouders rust en het toch vederlicht aanvoelt. Alsof je het gevoel hebt dat je echt deel uitmaakt van deze wereld en toch niet bent. Alsof je je 100% verbonden voelt met ‘het alles’, met de wereld en het heelal. Het lijkt bijna metafysisch, alsof je je neerlegt bij de mysteries van deze wereld en er respect voor hebt. Alsof je verdomd dankbaar bent dat je er deel uitmaakt en het je aan de andere kant ook niet echt gelukkig maakt. Een dubbel gevoel, misschien wel drie- of vierdubbel. Een gevoel dat je tot tranen toe brengt terwijl je helemaal niet goed weet waarom. Tranen om bij te glimlachen. Een soort onbeschrijfbaar inzicht, een moment waarop je je speciaal voelt en geniet van alles dat rondom je gebeurt.”

De laatste maanden heb ik me een paar keer zo gevoeld, en dat was quasi steeds ’s nachts; ’s nachts, en buiten. Als ik onder een zwarte hemel alleen tussen braakliggende akkers fiets of doorheen grijze, vervuile straten van de stad wandel. Het gevoel is nooit hetzelfde, maar het benadert wel steeds het ’speciale’ dat ik de eerste keer ook voelde. Een keer toen ik voor de zoveelste keer te laat was voor een hoorcollega en op een verlaten trap van de bioscoop gefascineerd naar een webspinnende spin zat te staren. Een keer kijkend naar de televisie, tijdens een filmscène die ontroerend en toch hartverwarmend was. Een keer het groen in andermans tuin bewonderd, en hoe de wind er zich een weg door baande. Terwijl zij zat te huilen en ik naast haar zat. En die eerste keer, die ik me weet te herinneren tenminste, was toen ik ’s nachts naar huis fietste. De regen viel met bakken uit te lucht en ik kon gewoon niets anders doen dan ervan genieten. Hier en daar wat licht, een smal pad tussen de akkers en het plaatje was af. Ik had plots zoveel om naar te kijken, liet elk spatje regen op me vallen en kreeg ‘dat gevoel’. Het kon me ook niet meer schelen waar ik heen fietste, of ik de weg vond of verloren reed. Elke weg was goed die nacht. Ik reed naar mijn ‘Rome’, hoewel ik intussen Rome nog altijd niet gezien heb. Ach, de toekomst en de wijde wereld ligt nog voor ons.

h1

Il y a 30 ans. 30 ans d’amour.

9 oktober, 2008

h1

(Z)onder stroom.

29 augustus, 2008

Wat zou de wereld zijn zonder de miljarden tonnen MEGAWATT die de mensheid dagelijks tot zijn beschikking heeft en met veel gulzigheid opgebruikt (Waarschijnlijk maak ik hier nu een blunder qua eenheid, aangezien ik gehoord heb dat je geen elektrische stroom maar wel energie verbruikt bij het aansteken van een lamp of het spelen met je X-Box)?

Megawatt, kilojoule, milliampère, hectare per inwoner…

Dit is gelukkig geen wetenschappelijk betoog of een moralistisch essay van een Greenpeaceactivist; bijgevolg zal ik me geen zorgen maken over de eenheid en gewoon een antwoord geven op de prangende vraag waarmee ik dit ‘schrijfsel’ (wat haat ik dat woord) begon. Het antwoord is thans simpel: NIETS.

Geen koude pizza van de avond ervoor om op te warmen in de microgolf bij gebrek aan ontbijt na een te zware nacht vol drugs en een flinke schep decadentie. Geen fris pilsje meer op een hete zomerdag maar een warm brouwsel dat meer lijkt op urine dan de kleur van limonade uit de Aldi. Geen World of Warcraft meer voor de miljoenen freaks die al in maanden geen vijf minuten meer met hun ouders in de zetel gezeten hebben om van een aflevering van ‘Desperate Housewives’ te genieten (Toch één positief punt, dan). Geen werkende jacuzzi’s meer in Dubai (of je moet de hele tijd in het rond spartelen en scheten laten, maar dat zie ik al die Arabieren niet direct doen, en al zeker niet na een vijftal pita’s). Geen lichtshows en versterkers meer bij festivals maar slechts één akoestisch gitaartje, omringd door een cirkel geïnteresseerden. Geen hypermodern gsm-toestel meer om één van je fuckbuddy’s uit te nodigen op het moment dat je ouders een weekendje in de Ardennen vertoeven en jij voor de zoveelste keer droog staat (of juist helemaal niet).

Laten we het daarom allen uitschreeuwen: REVOLUTIE!

Terug naar het gasvuur, de koffiemolen, de stoomtrein, de kaarsen, het kaartspel en de vinger (ja, dat is een doordenker).

Of nee, toch maar niet. Het is een schok te beseffen hoe afhankelijk je bent van elektriciteit eenmaal die plots uitvalt en zo alles rondom je lam ligt. Ik werkte sinds een drietal weken in het hoofdkantoor van Fortis in Kortrijk.

En plots stond ik onder stroom. En het hele kantoor zonder.

Enkele doemscenario’s kwamen spontaan in me op; ik ben namelijk een grote fan van de Amerikaanse actieserie 24. Dan flitst er een scène door je hoofd waarin gemaskerde beren van venten met semiautomatische wapens het kantoor binnendringen en je verplichten al het geld uit je kas te halen om het hen mee te geven in een bruine, stoffen zak. Ik vermande me en kon me net weerhouden onder mijn bureau te kruipen om er in een hoekje in doodsangst al rillend te wachten op de redding door ‘den Eddy’, de beste wijkagent in eeuwen. “Doe in godsnaam normaal,” zei ik tegen mezelf, en mezelf Jack Bauer wanend ging ik van mijn bureaustoel om te zien wat er aan de hand was. Het lag echter voor de hand: Kortrijk is in de laatste jaren veranderd in een modderige, miezerige bouwwerf en misschien had een arbeider per ongeluk zijn geopende thermoskan vol tomatensoep laten vallen op een bloot liggende elektriciteitskabel.

En plots kwamen er meer en meer mensen buiten, elkaar aankijkend met een ‘wat gebeurt er allemaal?’-blik. Een kwartier later wist iedereen het. Enkele winkelbediendes ijsbeerden heen en weer voor hun winkel, een ober profiteerde ervan om een sigaret op te steken, een andere probeerde tevergeefs het licht weer aan te schakelen of zijn of haar kassa te openen. Ik stak een sigaret op, nam mijn fiets en ging, gerustgesteld en tevreden, een halfuurtje vroeger naar huis. De kantoordirecteur sprak me voor ik vertrok nog even toe: “Voor 13u30 zullen we de bank zeker niet meer kunnen openen.” En uiteraard had ik daar geen enkel probleem mee. Ook al moet ik toegeven dat ik er graag gewerkt hebben. Afwisselend, fijne collega’s, sociaal contact en af en toe een heerlijke tas koffie van Senseo. Veel jobstudenten hebben het iets minder, neem ik aan. (vandaar het tikkeltje sponsoring bovenaan dit bericht; mocht wel.)

Nu nog hopen dat Kortrijk geen zoveelste stroompanne kent tijdens de grote slotshow van Fata Morgana, of De Clerck krijgt de VRT op zijn dak en daarenboven zouden we geen ‘guldensterrenstad’ meer zijn maar een verliezende stad (zoals het opschrift op de muur geplaatst door kansarmen, gefrustreerden, communisten of anarchisten) wiens reputatie weer een deuk zou krijgen. En we krijgen nu al de al dan niet serieuze verwijten in de trant van ‘onderontwikkelde boeren’. Om nog maar te zwijgen van onze bijnaam: ‘Het Texas van Vlaanderen.’

Yeah, I’m a cowboy. And i like it.

h1

Voetbal: Pure magie. (1/2)

13 juli, 2008

Godverdomme, diene stomme voetbal toch altij. Die gasten zijn gewoon mietjes die allemaal achter nen bal lopen, erop sjotten om er dan weer achter te lopen. Wa ne stomme sport. Hoe gij daar uren kunt na zien begrijp ‘k echt de kloten van.

Inderdaad, je begrijpt er de kloten van, en je zal het waarschijnlijk ook nooit begrijpen. Jij gaat niet al vanaf je vijfde met je vader voetbal kijken, tussen duizenden andere mensen. Je eerste massa-evenement waarbij je met verbazing naar zowel het veld als de tribunes staat te gapen. Jij hebt niet met opengesperde ogen naar de tv zitten staren tijdens de zomervakantie tijdens het WK in 1998 als kleine bengel, met een pot cornflakes op je schoot. Jij zat als 12-jarige niet op te scheppen bij klasgenoten uit het zesde leerjaar over je plaats in de preminiemen van de lokale voetbalploeg. Jij weet niet hoe het voelt met duizenden medesupporters het veld te bestormen wanneer je denkt dat je ploeg mag meedingen in de UEFA-beker. Jij weet niet hoe groot de kriebels zijn als je ploeg een belangrijke goal maakt en zo de degradatie ontloopt voor dat seizoen. Jij weet niet hoe het is ’s avonds na school topspelers aan het werk te zien in een Europese topmatch en je te herinneren hoe jij ooit ook droomde bij zo’n grote ploeg te mogen spelen. Zo populair te zijn. Zo belangrijk te zijn. Nee, Je weet het niet, en daarom heb ik er ook begrip voor. Maar stop dan alsjeblieft met arrogante, ongenuanceerde commentaar te geven daaromtrent en ga gezellig shoppen met je beste vriendin ofzo. Soms halen de vele voetbalhaters onder de homoseksuele mannelijke populatie en de helft van de wereld (het vrouwelijke deel dus) echt het bloed van onder mijn nagels. En ja, Justine Henin is een strijkplank. Dan maakt het borsthaar van Bart Goor een stuk meer indruk als je het mij vraagt.

Voetbal is magie. Oké, sommige matchen zijn wat saaier en sommige tackles zijn niet om aan te zien. En over het schandalige voetbalgeweld door hooligans begin ik niet, want dat is simpelweg niet goed te praten, maar los van dat alles is het pure magie, en een hele belevenis. Eens het in je bloed zit en je de voetbalmicrobe stevig te pakken hebt, is het moeilijk eraan te weerstaan en wil je matchen zien, op TV en vooral elke zaterdag of zondag in het stadion van je club. Ik was een groot supporter van KCR Harelbeke in de tijd dat ze nog iets betekenden en zelf stevig meedraaiden in eerste klasse (Misschien herinneren sommigen dat zelfs nog wel). Maar het succes steeg hen wat naar het hoofd en nu speelt de ploeg zonder het grote geld in eerste provinciale. Ondertussen begon er iets in me te knagen. Ik miste het voetbal en de sfeer die eraan gekoppeld is. Maar KV Kortrijk speelt terug in eerste klasse vanaf dit seizoen, en zo heb ik eindelijk weer een ploeg. Anderlecht, weze gewaarschuwd (En naar ‘k gehoord heb moeten we het al vrij snel tegen hen opnemen).

Een van de meest positieve aspecten aan voetbal vind ik ongetwijfeld ook het volkse karakter dat de sport al jaren met zich meedraagt. Iedere jongen (of zelfs meisje), van welke leeftijd of klasse dan ook, kan in principe meespelen met de lokale club. Geen al te chic, polarisend gedoe zoals je het vaak bij sporten als tennis of golf ziet, maar een volkssport, een beetje zoals wielrennen of veldrijden. Alle lagen van de bevolking komen ook kijken naar de wedstrijden. €10 of iets meer opzijzetten elke week kan normaal gezien wel en achteraf drinkt iedereen samen een stevige pint of eten ze een ongezonde hamburger, om de overwinning te vieren of het zoveelste verlies door te spoelen. Proximus brengt misschien mensen dichterbij, maar voetbal nog dat tikkeltje meer, denk ik.

Ach, ik heb me misschien iets te veel laten leiden door mijn liefde voor de sport, en ik hoop dat het niet te opgelegd of te ongenuanceerd klinkt, maar ik kan het moeilijk helpen het anders te benaderen. En velen zullen zich kunnen vinden in mijn oordelen, op de personen na die om zoveel weken wel eens de woorden uitspreken bovenaan. Maar ach, die hebben andere, leukere hobby’s. En laten we dat maar zo houden.

h1

Essay: spartelen naar volwassenheid.

22 juni, 2008

‘Je wordt echt volwassen’, zegt men wel eens tegen je. Als je na jaren oorlog voeren met tientallen verschillende crèmes het acnémonster overwonnen hebt. Als je ’s ochtends vroeg in bed betrapt wordt door je oudere zus tussen de benen van een blonde, gewillige deerne die je de avond daarvoor op een wild r’n’b-feestje hebt leren kennen. Als je er eigenlijk in slaagt je moeders leven te vatten en blijk kan geven haar te volgen in een gesprek over haar mentale beslommeringen vanaf haar achttiende. Als je zelf bepaalt wanneer het bedtijd is. Of gewoon als je achttien wordt. Want dan mag je stemmen (voor zover dat nog nut heeft dezer dagen), mag je met de auto rijden, mag je in de koffer duiken met wie je wil. Je mag zelfs alleen gaan wonen en je eigen boterham verdienen. Spijtig genoeg is volwassen worden niet zo simpel (meer), en lijken jongeren meer en meer moeite te hebben zichzelf klaar te stomen voor de wildernis der volwassenheid en alle verantwoordelijkheden die daarmee gepaard gaan.

Vroeger was volwassen worden een verplichting. Iets wat automatisch moest gebeuren en waarbij je geen tijd had om erover na te denken. Je mocht er zelfs niet over nadenken. Ik denk dat we allemaal de verhalen van onze grootmoeder of verre tante wel uit het hoofd kennen ondertussen. Na je plechtige communie werd je door je moeder verplicht te gaan werken in een fabriek of bij een hoop nonnen in het klooster. Dat was het minste dat je kon doen om het gezin met tien kinderen boven water te houden, aangezien de enige financiële bron vaak het loon van je vader was, een metser of stukadoor die het moest doen met veel te weinig geld. Van studeren was geen sprake. Je ging werken en werd automatisch volwassen. Je wist hoe hard het leven was, de verantwoordelijkheden die het met zich meebracht, en je was op de leeftijd waarop ik deze tekst schrijf al 5 jaar werkende en mogelijk getrouwd. En als jongen moest je een paar jaar later mogelijk naar het front als soldaat.

Vandaag is de situatie grondig gewijzigd. En gelukkig maar, ik zou me niet eens kunnen inbeelden op te groeien in een vooroorlogse periode, zoals beschreven in de vorige alinea. De generatiekloof lijkt me enorm, en ik kan enkel blijk geven van bewondering voor hun manier van ‘opgroeien’. Maar is het daarom nu echt beter? ik denk het wel. Ik ben er zelfs zeker van, maar de vraag is of dat ons ook helpt in het proces van ouder worden? Vast ook wel. We krijgen enorm veel kansen om ons goed te ontwikkelen, de vraag is eerder of we genoeg karakter hebben om ze met beide handen te grijpen en ons niet laten domineren door de negatieve momenten in de vele puberale ups en downs.

Jongeren moeten ook echt beseffen, willen beseffen, dat ze op jonge leeftijd de funderingen leggen voor hun situatie (en geluk?) later. Met wat geluk of ondernemerschap maak je het misschien toch maar iedereen heeft het bijna letterlijk in mijn kop gehamerd dat studies heel belangrijk zijn, en wie ben ik dan om dat tegen te spreken? De moeilijkheid is eerder het kiezen. Tegenwoordig bestaan er duizenden studiekeuzes over het hele land en moet je beslissen wat en waar je dat gaat dan. Veel jongeren zijn echter onzeker en weten niet wat ze willen. Dit leidt vaak tot vogelpiekkeuzes of keuzes onder het ‘mijn lief gaat daar ook’-motief. Vele jongeren maken het uiteindelijk toch, maar het is ontegensprekelijk dat het niet simpel is keuzes te maken op jonge leeftijd. En dat geldt niet alleen op het vlak van studies. Ook je liefdes- en seksleven, financiële zaken en banale dingen van elke dag dwingen je daartoe, en de luxe van overmaat aan keuze is zo misschien ook wel een negatief punt.

Bovendien zijn vele jongeren nogal verwend dezer dagen. Het Franse ‘pantoufler’ is een werkwoord om de trend aan te duiden waarbij jongeren steeds langer bij hun ouders blijven wonen, soms tot hun vijfentwintigste. Dat is een evolutie, en jongeren weten wel waarom ze het doen. Of ikzelf die weg op wil betwijfel ik ten zeerste, maar het is wel gemakkelijk om luxueus thuis te leven, terwijl jij financieel niets te betalen hebt en je moeder elke dag je boterhammen smeert. Het leven is stilaan duur geworden en om op je eigen poten te staan moet je al heel wat doen, waardoor je mogelijks de tijd voor uitgaan of andere vrije tijd kwijtspeelt. Velen zien wat op tegen het zelfstandige, vrije leven. Want ook dat kan aangenaam zijn, denk ik, en eens je weet dat je het zelfstandig kunt klaren, geeft dat ongetwijfeld genoeg voldoening om ermee door te gaan en ben je gelanceerd om je rest van je leven zelf te leiden. Op een gegeven leeftijd snak je ook gewoon naar zelfstandigheid. Ik heb dat gevoel althans, en ik ben nog steeds maar 18 jaar oud.

Sommige jongeren gedragen zich thans al volwassen en zelfstandig op vrij jonge leeftijd. Ze zijn arrogant en experimenteren vaak al om de haverklap met drugs, seks & rock n’ roll. Ze willen zich afscheiden van hun ouderlijke juk en rebelleren zoveel ze kunnen. Maar zoiets noemt men eerder puberen. Achteraf beseffen velen pas dat ze het thuis verre van slecht hebben en eigenlijk nog niet helemaal volwassen zijn. Het is misschien wel een belangrijk stadium dat jongeren moeten doorspartelen om volwassen te kunnen worden. En gelukkig geraken ze erdoor, want je loopt bij voorkeur mooi in de rij om het te kunnen maken zonder problemen. Zelfdiscipline en motivatie zijn belangrijk, en als die waarden niet in je zitten of je hebt ze simpelweg niet meegekregen van thuis, zal je hard moeten knokken.

‘Ouder worden is treurig, maar volwassen worden is prettig.’ Woorden uit de mond van Brigitte Bardot. Een uitspraak die voor velen opgaat, maar velen, net als ik, beleven het volwassen worden eerder met gemengde gevoelens. De drang naar autonomie kan groot zijn, maar aan de andere kant besef je dat het gemakkelijk is er om jong te zijn, bijna zorgeloos en zonder verantwoordelijkheden, al weet je ook wel dat je ooit de stap moet zetten. En als het gebeurt, gebeurt het voor de meesten gelukkig op een verstandige manier. En als dat niet het geval is, heb je nog het geluk in België te wonen, waar de sociale vangnetten zodanig groot zijn dat je er de Atlantische oceaan mee kan leegvissen. En daar zwemmen heel wat vissen, zowel grote als kleine.

h1

Gewoon ‘ongewoon’.

20 juni, 2008

Iedere stad heeft zo zijn eigen mensen, zijn eigen gewoontes en dus ook zijn eigen sfeer. En dat voel je vooral in een stad die zo’n 130 kilometer van je verwijderd is. Maar voor de liefde verlegt een mens graag zijn grenzen, en in voorbereiding van mijn examens had ik nood aan een namiddag vol zachte lippen, ingefluisterde liefdesverklaringen en puberale opwinding.

Ik was in Leuven, en ik was verdomd blij dat ik er geraakt was. Want daaraan had ik eerlijk gezegd enorm getwijfeld. Voor een keer was ik op tijd opgestaan en was ik op tijd in het station geraakt om mijn te duur ticket te kopen en op de trein te springen. De treinen reden vandaag dus wel, en ik was op tijd, dus er kon niets fout lopen. Of toch? Door ‘werken’ (en ik heb daar al slechte ervaringen mee aangezien ze in mijn thuisstad ook niets anders doen dan ‘werken’) had de trein een vertraging van een halfuurtje, waardoor ik het landschap tussen Gent en Brussel nog nooit zo gedetailleerd heb kunnen bestuderen en aanschouwen.

Een ding wou ik zeker niet: ‘Sex and the city’. Mensen kunnen me misschien een janet vinden, maar dat gaat echt wel te ver. Dan maar een film waarvan ik de titel en de inhoud nu al vergeten ben. Twee dingen weet ik nog: dat ik op bepaalde momenten enorm hard gelachen heb, en dat er meisjes naast me zaten die lachten met mijn accent. ‘Den elletric’. Toch overduidelijk wat dat betekent? En dan was er nog mijn aantreden in de panos. ‘Twee choclakoekn’. ‘Wat, twee appelflappen?’ Ofwel heeft heel Leuven een appelfetisj, ofwel zitten hun oren volgestouwd met vet.

Na de film, waarvan ik een halfuur gemist, omdat iemand naast me het nodig vond me op te geilen gingen we op weg naar het station. Geen wonder dat ik me quasi niets van de films herinner. Hoeft ook niet, ik vond de combinatie van de twee overheersende beelden die dag aangenaam. Dus, de Bondgenotenlaan voor de vijfenzestigste keer, tot we in het station waren, het begin van het einde.

Een nogal uitgewaaid type, ongetwijfeld afkomstig uit een van de maghreblanden, zat me constant aan te gapen, afgewisseld met blikken van ‘ik wil je.’ Meestal zou ik nooit uitpakken met zo’n praat, maar geloof me dat dit een uniek voorval is en ik nog nooit het voorstel heb gekregen om in Brussel van bil te gaan. Want dat vroeg hij, in het Frans. Hij had vast een tocht gemaakt doorheen ‘het land waar alles mogelijk is’. Hij stond waarschijnlijk al uren rond te cirkelen, op zoek naar een fuckbuddy om de avond mee door te brengen. Ben vond me te diplomatisch. Hij vroeg me ‘Tu ne veux pas y aller avec moi? Je connais des clubs de gays et des saunas’. Ik antwoordde : ‘Et ils sont tous nus là bas ?’ waarna ik hem diplomatisch afscheepte door te zeggen dat ik samen was met Ben, die naast me stond. We liepen weg en Ben begon paniekerig te schreeuwen. ‘Nog vijf seconden en ik had in zijn kloten gestampt’. Heerlijk, die Brabantse arrogantie en brutaalheid, al ben ik blij dat ik voor de zachte aanpak gegaan was. ‘Moet ik nu niet gevleid zijn?’ dacht ik maar ik zei het niet aangezien hij non-stop aan het freaken was en het woord ‘pedo’ in de mond nam. ‘In de mond nam’, moet die kerel ook gedacht hebben. Niet vanavond, schat, en zeker niet met mij. Sorry, en succes nog.

Daarmee was de kous nog niet af. Natuurlijk had ik toen mijn trein al gemist, en ook mijn volgende zou ik missen, om op de oude markt in het rockcafé lastig gevallen te worden door een vent die zodanig dronken was dat hij het verschil tussen het Atomium en de Eifeltoren nooit meer zou opmerken. Hij vond Ben lekker, maar stelde niet voor elkaar af te zuigen in een sauna in Brussel. Gelukkig maar, of ik had zijn pils afgenomen, de klootzak. Hij werd op straat gegooid en op zo’n moment dacht ik echt van ‘wat doe ik hier in godsnaam nog?’ Ik kon het nauwelijks nog aanzien. ‘Kom Ben, we gaan.’ En dat deden we, terug op weg naar het station, wederom doorheen de Bondgenotenlaan.

Je kan veel zeggen, maar het was op z’n minst en avontuur, en dat in een wereld van dagelijkse sleur. Op de trein dacht ik, mezelf wentelend in mijn typische melancholische stijl, aan de dag terug. Een glimlach bij de meisjes op de bank, die zo nodig moesten reageren als het over ‘ballen afsnijden’ ging. En natuurlijk aan Ben, een van de weinige jongens van wie ik ooit echt gehouden heb. Een week later was het tijd voor een sprookje die avond, met een elfje en een schaapje in de hoofdrol. Ik huiverde en had een nachtmerrie die nacht. Het startschot voor ‘Pornography’ en een nieuw pakje sigaretten.

“Scarred
Your back was turned
Curled like an embryo
Take another face
You will be kissed again
I was cold as I mouthed the words
And crawled across the mirror

I wait
Await the next breath
Your name
Like ice into my heart

A shallow grave
A monument to the ruined age
Ice in my eyes
And eyes like ice don’t move
Screaming at the moon
Another past time

Your name
Like ice into my heart

Everything as cold as life
Can no-one save you?
Everything
As cold as silence
And you will never say a word

Your name
Like ice into my heart”

h1

Bedrog, maar wel amusant.

14 mei, 2008

‘Wie heb ik aan de lijn?’

‘Een stoplicht!’

En dan vragen mensen me waarom ik in godsnaam enkele van mijn nachten durf vullen met de zogenaamde bedrogindustrie, belspelletjes op de commerciële zenders die op de meest foute uren worden uitgezonden, maar toch dagelijks duizenden mensen lokken.

Ik moet het eerlijk toegeven: ik heb ooit gebeld naar zo’n 0903-nummer. In het midden van een financiële crisis, uit pure wanhoop. In de eerste plaats werd ik natuurlijk niet aanvaard en was de lijn toevallig niet vrij toen ik net belde, achteraf bleek ook dat ik niet voor zo’n €2000 speelde, maar dat het om zo’n jackpotbedrag ging, terwijl men een kwartier geleden nog spelde voor €1000 vaste prijs. Pure verontwaardiging. Daarmee win je misschien zo’n €300 als je geluk hebt. En zelfs dat had ik niet. Ik legde gefrustreerd mijn telefoon neer en besliste dat dit de eerste en de laatste keer was. En tot op vandaag heb ik dat nog steeds volgehouden.

Ik kijk nu en dan nog eens voor de amusementswaarde, de humoristische factor die achter het hele gebeuren schuilt. Eerder zich openbaart: want vaak ligt het er vingerdik op dat je te maken hebt met enorm domme kandidaten die soms antwoorden geven die niet kunnen of reageren zoals in mijn kleine openingsconversatie. Dat ging om een zoveelste bordspel waarbij je verborgen antwoorden moest zoeken aan de hand van de vraag: ‘Wat zit er in een auto?’ (Als je dat nog niet doorhad ondertussen…)

Grappig zijn vaak ook de presentatoren. Gino, één van de binken van KANAALTWEE (of 2BE), die zo overdreven opgaat in het hele gebeuren dat het helemaal niet meer spontaan overkomt. Verkleed in outfits waar zelfs ‘The Village People’ jaloers op zouden zijn praat hij het programma aan elkaar. Heel erg doorzichtig ook hoe hij bijna van zijn stokje valt bij het steeds verhogen van de prijs, gewoon om tijd te rekken, meer bellers te lokken en dus ook meer geld te verdienen. Ach, zijn boterham zal wel smaken als hij met een kleine honger thuiskomt na zo’n nachtje zwoegend komedie spelen. (Want van water alleen kan je moeilijk leven…) ‘Is er dan echt NIEMAND die me dit antwoord wil of kan komen vertellen? Iedereen slaapt, denk ik’, terwijl de teller op z’n 100 mensen per minuut staat.

De presentatrices hebben anders ook een groot aandeel in de hilariteit. Ik wil ze geen TV-hoer noemen, maar volgens mij plukken ze genoeg geile grijsaards van de straat om de omzet van het schipperskwartier in Antwerpen met zo’n 50% te doen afnemen. Steeds breed glimlachend, steeds met een lichte vorm van erotiek in dat stemmetje. Het gegrijns bij elke flauwe mop die ‘de regie’ haar toefluistert doorheen de show. Het meest opvallende is echter de borstomvang van de jonge vrouwen, meer dan goed uitgebeeld in het scherm. Hun decolleté wordt zonder enige vorm van schaamte tentoongesteld in de meest nauwe jurkjes. Ach, stiekem hebben we het graag, zeker? De beller uit het filmpje hieronder in ieder geval wel.

Een iets staat vast: het is bedrog. Amusant bedrog, maar bedrog. Op http://belspelletjes.50webs.org/ staan honderden voorbeelden van opvallende of ook sluwe manieren om iemand te kunnen misleiden of simpelweg te bedriegen. Denk maar aan het verwisselen van enveloppen, het niet goedkeuren van een later juist blijkend antwoord, het uitvinden van onmogelijke antwoorden, misleidende tips, geknoei met het bord of de opgave…

Uiteindelijk kunnen we gelukkig nog lachen. Ooit zocht men beroepen met een K en kreeg de nogal dom overkomende presentatrice de volle laag van vele deelnemers die puur belden om ze uit te lachen: ‘Euh, kaka.’ ‘Kakwijf?’ Of je kan ook gewoon zeggen bij diezelfde opgave met de letter S: ‘Wel, ik moest aan u denken en dan kwam het woord ‘Sloerie’ in me op.’ Belspelletjes presenteren, een ware hondenstiel.